Leren leven met minder

De inflatie loopt torenhoog op, en het ziet er voorlopig niet naar uit dat daar verandering in gaat komen. We zullen dus moeten leren leven met minder. Maar hoe doe je dat? En zijn er andere manieren om naar welvaart te kijken?

Met een doffe klap valt een grote gele map op tafel. Aan alle kanten puilen er papiertjes, bonnetjes en afschriften uit. Karlijn de Boorder (30) lacht besmuikt. “Overzicht houden is een beetje een dingetje”, zegt ze terwijl ze de paperassen terug in haar map met administratie duwt.

Aan haar keukentafel legt de basisschooldocente uit wat zij de afgelopen maanden heeft gedaan om geld te besparen. De Boorder toont een stapeltje printjes, van onder andere de Postcodeloterij en de sportschool. “Abonnementen die ik allemaal heb opgezegd”. Ook heeft ze haar mintgroene Vespa -‘benzineslurpende aandachtstrekker’- verkocht. Vaker fietsen levert haar maandelijks zo’n tachtig euro op. “Dat lijkt misschien niet veel, maar al met al kon ik bijna 300 euro gewoon wegkappen.”

De Boorder is zeker niet de enige Nederlander die bezig is met het doorspitten van de administratie op zoek naar bespaarposten. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) maken we de grootste koopkrachtdaling in veertig jaar mee. Nederlandse huishoudens hebben volgend jaar gemiddeld 9,6 procent minder te besteden. Met name de gestegen energieprijzen hakken er flink in – de kosten van het energiecontract van een gemiddeld huishouden zijn van €2.308 in augustus vorig jaar gestegen naar €6.466 afgelopen maand.

De regering komt op Prinsjesdag naar alle waarschijnlijkheid met maatregelen om de pijn wat te verzachten. Maar Minister Kaag van financiën waarschuwde een aantal weken geleden al dat het kabinet niet in staat zal zijn iedereen volledig te compenseren. “We moeten beseffen dat we samen een stukje armer zullen worden”, aldus Kaag. Maar wat betekent dat, een stukje armer worden? En zijn wij, verwende Nederlanders, in staat om wat welvaart in te leveren?

De ommekeer

Harold de Kleine (61) heeft hier ervaring mee. Tot zo’n vijftien jaar geleden had hij een goedbetaalde baan bij een adviesbureau. Door een samenloop van omstandigheden -ziekte, het onverwachtse overlijden van zijn broer- kwam hij thuis te zitten. “Ik ben er een paar jaar uit geweest. En toen ik weer aan der slag wilde, bleek dat er niemand meer op mij zat te wachten.” Een frustrerende reeks sollicitaties later, besloot hij het roer om te gooien en -net als zijn vader- tuinman te worden. “Ik was met mijn universitaire studie een trapje omhoog gegaan op de maatschappelijke ladder. Maar eigenlijk voelt het veel beter om met aarde onder mijn nagels thuis te komen.”

Deze ommekeer betekende wel een aanzienlijke achteruitgang in zijn inkomen. “Ik heb langzaam leren leven met minder geld. Ik zat een tijd in de WW, en heb ook flink op mijn spaarrekening ingeteerd.” Hij is van ruim vier keer modaal naar een iets minder dan modaal inkomen gegaan. “Dat zijn dingen die zo lopen en je dan accepteert.” Maar toen hij zijn statige herenhuis in het centrum van Meppel moest verkopen, viel het hem dat zwaar. “Er zat iets onomkeerbaars in dat moment.”

Hoe ervaren we welvaart?

Volgens Christine Carabain, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, is onze beleving van welvaart sociaal afhankelijk en daarmee relatief. “Mensen kijken in de eerste plaats naar elkaar. Wat heeft de buurman voor auto voor de deur staan? Hoe vaak gaat mijn zus op vakantie?” Het verliezen van welvaart is daarmee ook een sociaal proces.

“Als mensen worden geconfronteerd met veranderingen in hun manier van leven, is er eerst een periode van bewuste aanpassing. En daar schuurt het vaak”, vertelt Carabain. Ze legt uit dat het moeilijk is om ingesleten gewoontes te veranderen. Een terugval in inkomen betekent vaak het heel bewust jezelf ontzeggen van producten of diensten die je eerder zonder nadenken kon kopen. “Pas als iets niet meer kan of mag, wordt duidelijk welke rol het in je leven had.”

Toen De Kleine zijn Meppelse woning had verkocht, en in een nabijgelegen dorp was neergestreken, werd hem duidelijk wat de betekenis van zijn inkomensval was. “De grootste verandering zit in het sociale”, zegt hij. Hij was gewend regelmatig uit eten te gaan met collega’s en nam vriendinnen mee op citytripjes. Dat zit er niet meer in. “Ik schrok er van hoeveel sociale activiteiten aan geld gekoppeld zijn.”

De Boorder herkent dit. Eerder dit jaar had ze pech: door een verhuizing moest ze een nieuw energiecontract afsluiten. Nu betaalt ze de hoofdprijs op de energiemarkt en is noodgedwongen gaan budgetteren – de gele map is pas sinds kort in haar leven. “Buiten de deur doe ik niet meer zo veel”, vertelt ze. In haar vriendengroep merkt ze dat contacten daardoor verwateren. “Met sommige vrienden heb ik echt een terrasrelatie. Die zie ik nu veel minder.”

De Kleine stelt dat het verlies van inkomen nog een laagje dieper onder zijn huid is gaan zitten. “Ik ben onafhankelijkheid kwijtgeraakt.” Hij vertelt dat hij vroeger het gevoel had elk moment zijn boeltje te kunnen pakken en zou kunnen vertrekken. “Dat is wat flink verdienen blijkbaar met je doet.” Nu is hij zich veel sterker bewust van zijn kwetsbare positie ten opzichte van zijn werkgever. “Ik ben altijd een beetje opgelucht als ik mijn loon op mijn rekening zie binnenkomen.”

Veranderende ideeën

Volgens Carbain moeten we ons niet blindstaren op geld als we het hebben over welvaart. Ze heeft veel onderzoek gedaan naar de zogenaamde brede welvaart. “Er is al enkele decennia kritiek op de meetinstrumenten die door economen, en ook overheden, worden gebruikt om welvaart uit te drukken.” De nadruk ligt volgens haar te eenzijdig op hoeveel geld er wordt verdiend, en te weinig op hoe het geld wordt verdiend, en wat er vervolgens met dat geld gebeurt.

“Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven. Die kwaliteit wordt door allerlei zaken bepaald. Of je gezond bent, of je een sociaal netwerk hebt, of je toegang hebt tot goed onderwijs, of je schone lucht inademt. En ja, geld speelt daarin ook een rol. Maar dat is maar een klein stuk van het verhaal.”

Carbain benadrukt dat daarom een inkomensdaling niet per definitie een daling van het welvaartsniveau hoeft te betekenen. Veel hangt volgens haar af van hoe je welvaart definieert. Ze stelt dat dat grotendeels een politiek gesprek is. “Wat vinden we als samenleving belangrijk? Voegt het iets aan onze welvaart toe dat we allemaal de beschikking hebben over een auto? Of zien we auto’s als vervuilers, en gaan we erop achteruit als we allemaal autorijden?” Bij haar werkgever, het Sociaal en Cultureel Planbureau, wordt er volop nagedacht over hoe welvaart beter gedefinieerd kan worden. “De vraag is vaak: hoe maak je de ervaring van de economie meetbaar?”

Alternatieve modellen

Alternatieve economische modellen worden al in de praktijk gebracht. Veel aandacht is er voor de zogenaamde deeleconomie. In plaats van producten te kopen, gaat het er in de deeleconomie om dat je toegang hebt tot producten. Bekende voorbeelden zijn de Swapfiets en autodeelbedrijven Mywheels en Snappcar. Ook kunnen buurtgenoten gereedschap en huishoudelijke apparaten delen via apps zoals Peerby. Toch moet je voor al deze diensten betalen, wat de deeleconomie vaak feitelijk een huureconomie maakt. Van belangeloos delen is geen sprake.

Wel zijn er burgers die wat dat betreft het heft in eigen handen nemen. Tijdens de eerste coronagolf zag Cynthia Tuinstra dat er mensen in haar omgeving waren die hun baan verloren, en qua ondersteuning door de overheid tussen wal en schip vielen. “Ik hoorde verhalen van mensen die nauwelijks geld hadden om eten te kopen. En ik vind het eigenlijk geen optie dat er mensen in mijn omgeving zijn die met honger naar bed gaan.”

Tegelijkertijd ergerde ze zich al langer aan de grote hoeveelheid eten die zij zelf elke dag weggooide. Het idee van een weggeefkastje was geboren. Aan de gevel van haar huis in Bedum plaatste zij een oud kastje en met zwierige letters schilderde ze op de zijkant: “’t Gare Keukentje.”

Buurtbewoners kunnen spullen die ze over hebben in ’t Gare Keukentje zetten, zodat buurtbewoners die iets te kort komen, er wat uit kunnen halen. “Eigenlijk mogen alle etenswaren erin, zolang het maar ongeopend is. Soms zitten er ook ineens tubes tandpasta in, of spaarkaarten voor de supermarkt.” Ze merkt dat er sinds de koopkrachtcrisis weer meer animo voor het ’t Gare Keukentje is. “Een paar maanden terug bleef er regelmatig van alles liggen. Ik heb de indruk dat de omloopsnelheid nu erg hoog is.”

Ze heeft het kastje in een hoek tegen de gevel gezet zodat mensen er anoniem spullen uit kunnen halen. “Er is volgens mij veel schaamte.” Laatst kwam Tuinstra een vrouw tegen die zich verontschuldigde toen Tuinstra zag dat ze iets uit het kastje pakte. “Dat wuif ik gewoon weg. Ik kan in niemands portemonnee kijken. Als jij denkt dat je het nodig hebt, heb je het ook nodig.”

Carbain herkent die schaamte. “Het hebben van geld, of juist het niet hebben van geld, wordt in gesprekken vaak vermeden”, zegt ze. Terwijl juist ingewikkelde kwesties zoals het niet kunnen betalen van je rekeningen, gebaat zijn bij openheid. “Een gesprek geeft lucht. Als er taboes rond onderwerpen ontstaan, wordt het pijnlijk.”

Besparen

Minke van Kuijen heeft weinig last van die taboes – ze is de drijvende kracht achter Gierige Gerda, een blog en instagramaccount waarop ze bespaartips geeft. “Ik heb nog nooit zoveel bezoekers op mijn site gehad als de afgelopen maanden”, vertelt ze. Ook krijgt ze regelmatig mailtjes van mensen die met de handen in het haar zitten. “Het belangrijkste is dat mensen het niet als persoonlijk falen zien als ze niet rond kunnen komen.”

Volgens Van Kuijen is het goed mogelijk om met minder geld hetzelfde welvaartsniveau te behouden. “Mijn ervaring is dat de meeste mensen tien procent tot een kwart van hun inkomen min of meer over de balk gooien. Denk aan dure abonnementen, a-merken in de supermarkt kopen of een nieuwe wasmachine terwijl de oude ook gerepareerd kan worden.”

Volgens haar is minder besteden in de eerste plaats een mindset: “Als je echt wil besparen, moet je je portemonnee op plaats één zetten.” Dat geldt zeker voor de gasrekening. “Het is helemaal niet leuk, maar de verwarming op 15 graden zetten en een dikke wollen trui aantrekken, daar zit wel de echte besparing.” Dat vergt wel wat. “Je moet je eigen directe behoeftes opzij durven zetten, en kritisch kijken naar wat je nou echt nodig hebt. Je moet je ego even aan de kant zetten.”

Maar dat is niet altijd even makkelijk. In zijn slaapkamer opent Harold de Kleine de deuren van een inbouwkast. Zijn verleden hangt in stoffen zakken, weggestopt in een hoekje. Voorzichtig legt hij één van de zakken op zijn bed en ritst hem open. Hij pakt het donkerblauwe pak voorzichtig vast. “Hugo Boss. Zou zomaar 700 euro kunnen hebben gekost.” Hij heeft er wel eens aan gedacht om zijn pakkencollectie te verkopen, of weg te geven aan iemand die er wel iets aan heeft. Toch kan hij dat niet over zijn hart verkrijgen. “Als ik dit pak zie, voel ik me weer even zoals ik toen was.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s