
Na een lange en uitputtende reis keert de 23-jarige in Drenthe opgegroeide Gijs Broeksma vandaag terug uit Medellin, een stad in het noordwesten van Colombia. Daar streed hij in gezelschap van zijn teamgenoten om de World Cup boogschieten. Tevergeefs, want Gijs moest zijn deelname afsluiten zonder prijzen. Op 21 juni reist hij af naar Krakau om te strijden voor een prijs tijdens de Europese Spelen.
”Het was erg warm, maar de sfeer was goed en relaxed”, vertelt Gijs Broeksma op zijn terugreis vanaf Schiphol. ”Een medaille zat er helaas niet in, maar de teamspirit was erg sterk en goed voor de vertrouwensband van het team.” Handboogschieten is in Nederland een relatief kleine sport met negenduizend leden en iets meer dan tweehonderd verenigingen. Gijs merkt wel dat de sport steeds meer begint te leven in aanloop naar grotere wedstrijden en dat mensen het een interessante sport vinden om te zien.
Gijs groeide op in het Drentse Ruinen, nabij Hoogeveen. Na het lezen van de boekenserie ‘De Grijze Jager’, waarin boogschutters in de Middeleeuwen bijzondere avonturen beleven, pakte hij een speelgoedboog uit het schuurtje en schoot er vrolijk op los. Tijdens zijn middelbareschooltijd sloot Gijs zich aan bij een boogschietvereniging in Assen. Omdat hij meer uitdaging nodig had, sloot hij zich op vijftienjarige leeftijd aan bij boogschietvereniging ‘Robin Hood’ in Steenwijk, waar op een hoger niveau wordt gespeeld. ”Gijs wilde vanaf het begin dat hij bij ons kwam al vol voor de Olympische Spelen gaan”, zegt de oud-coach van Broeksma, Franco Sluis: ”Daar hebben we samen aan gewerkt.” Sinds 2016 traint hij bij het topsportcentrum Papendal.
Al snel blijkt dat Gijs veel talent heeft. Zo presteert hij het om in 2019 met zijn team een gouden plak te winnen op het Europese jeugdtoernooi en kwalificeert hij zich op 21-jarige leeftijd voor de Olympische Spelen in Tokio. Hier behaalt hij met het Nederlandse team de vierde plek bij de landenwedstrijd. ”Ik heb veel spelers voorbij zien komen, maar Gijs stak er met kop en schouders bovenuit”, vertelt Sluis verder. ”Ik merkte dat hij erg leergierig was en openstond voor nieuwe dingen. Zo hebben we samen een cursus van ‘The Iceman’ gevolgd om te werken aan de ademhaling.”
Ook voorzitter van de Nederlandse Handboog Bond (NHB) Lex Roolvink ziet in Gijs een jong talent: ”In potentie behoren de Nederlandse schutters tot de top.” Roolvink ziet vele jongeren in de boogsport afhaken als ze gaan studeren. ”Je moet over een langere periode constant en onder hoge druk presteren. Gijs haakte vanuit de jeugd aan bij de top, dat is pure klasse!”
Groot contrast
In de zomer traint Gijs zeven dagen per week, in de winter doet hij dit vijf keer. Toch is trainen niet het enige wat hem bezighoudt. Naast handboogschieten studeert Gijs Natuur- en Milieuwetenschappen aan de Open Universiteit: ”Ik ben niet zo hard aan het studeren als alle andere studenten, maar doe het op m’n eigen tempo.” Gijs is namelijk vaak onderweg naar grote wedstrijden of toernooien, dit gebeurt maandelijks.
Als Gijs bij zijn ouders op bezoek komt, traint hij tussen de schapen in de weilanden: ”Het contrast is erg groot, de ene keer sta ik een grote wedstrijd te spelen en de andere keer sta ik in de schapenpoep in Ruinen. Dat houdt je wel dicht bij jezelf”, lacht Gijs. Inmiddels heeft hij zelfs de bijnaam ‘Gijs de Schapenboer’ gekregen op Papendal. ”Als ik thuis ben is dat de enige plek om de pijlen ver te schieten, dan moeten de schapen af en toe even ruimte maken.”

Gevoel van trots
Gijs kijkt met trots terug op wat hij tot nu toe heeft bereikt: ”Ik ben niet alleen trots op de resultaten, maar ook op het pad ernaar toe. Van intensief trainen op zestienjarige leeftijd tot de grote wedstrijden die ik nu speel.” Het schieten van een pijl vanaf een grote afstand midden in de roos zorgt voor een heerlijk gevoel, vertelt Gijs trots. Ook Sluis is trots: ”Gijs is heel gedisciplineerd en blijft ondanks de grote druk altijd zichzelf.”
Ambitie
Over de toekomst is Gijs resoluut: zo snel mogelijk een olympische medaille binnenhalen, het liefst volgend jaar al in Parijs. In 2024 beginnen de Olympische Spelen in Parijs voor hem en het Nederlandse team: ”Met ons team zitten we tegen de wereldtop aan. Ik hoop samen een prijs te winnen.” Over de Europese Spelen van volgende week in Krakau is hij ook duidelijk: ”Een voorspelling is altijd moeilijk om te doen, maar als ik afga op het gevoel en de sterke kwalificatie in Colombia vorige week zie ik wel serieuze kansen op een medaille.”
Voorlopig richt Gijs zijn pijlen op een mooie carrière als handboogschutter en blijft hij af en toe tussen de schapen trainen als hij in Ruinen is: ”Eigenlijk is mijn vader niet eens schapenboer, er staan er maar zeven.”
