
Auteur: Joran Swart
Schaatser Jenning de Boo zorgde zondag voor een grote verrassing door zich op de 1000 meter te plaatsen voor de eerste vier wereldbekerwedstrijden van dit seizoen. De 19-jarige Groninger eindigde als vierde en kan het behalen van een wereldbekerticket vierentwintig uur later nog niet helemaal bevatten. “Dit was echt boven verwachting”, vertelt De Boo.
De plaatsing voor de wereldbeker was reden voor een feestje. “Ik heb het eerst gevierd met familie en vrienden die kwamen kijken. Later ook nog met het team in het hotel en daarna ben ik naar Groningen doorgereden om bij mijn ouders te slapen”, zegt het schaatstalent. Toch kwam er van slapen weinig terecht. “Ik heb nauwelijks geslapen vannacht. Ik zat nog vol adrenaline, dus dat was wel een beetje te verwachten.”
Verrassing
Dat de Boo – die tot afgelopen winter nog furore maakte in het shorttrack en onder meer wereldkampioen werd bij de junioren – nu al succesvol zou zijn bij het langebaanschaatsen komt voor hemzelf ook als een verrassing. “Ik ging dit toernooi helemaal niet in met het idee dat er een wereldbekerkwalificatie inzat. Ik vroeg me meer af welke Holland Cups ik ging rijden. Helemaal omdat ik nog niet een volledig langebaanseizoen heb gedraaid”, aldus de rijder van Team Reggeborgh.
Wachten, wachten, wachten
In rit zes kwam De Boo tot een tijd van 1.08,14, een dik persoonlijk record. Op dat moment was die tijd goed voor de tweede plek achter teamgenoot Tim Prins, waarna het lange wachten begon. “Het was verschrikkelijk”, lacht de Stadjer. “Bij het shorttrack weet je dat als je als eerste over de lijn komt dat je hebt gewonnen, maar nu was het wachten, wachten, wachten.”
Tijmen Snel en Kjeld Nuis waren in het vervolg nog een fractie sneller, waarna olympisch kampioen Thomas Krol en Hein Otterspeer zich in de laatste rit stukbeten op de tijd van De Boo. “Ik heb ze nu verslagen en dat voelt heel goed. Dat ligt vooral aan de tijd, maar het toetje is natuurlijk de kwalificatie.”
Obihiro
Komende week traint de Groninger nog op het ijs van Thialf, waarna hij komend weekend met de Nederlandse equipe naar het Japanse Obihiro afreist. Daar staan van 10 tot 12 november de eerste wereldbekerwedstrijden op het programma. “Voor dit weekend wist ik nog niet waar ik stond op nationaal niveau, dus ik heb geen idee wat ik nu kan verwachten. Ik weet ook niet hoe de banen daar zijn, maar ik heb er heel veel zin in”, blikt De Boo vooruit op zijn debuut op het internationale toneel.
