
Auteur: Pier Schotanus
GRONINGEN / TAIPEI – Het Surinaamse korfbalteam behaalde afgelopen zondag de beste klassering ooit op een WK. Na een ruime overwinning op Duitsland veroverde het team de vijfde plaats. Thomas Visser (21) speelt voor Suriname en is net weer terug in zijn woonplaats Groningen na een lange reis uit Taipei.
Net als een groot deel van zijn teamgenoten woont Visser in Nederland. Hij groeide op in het Friese Kollum en woont nu op kamers in Groningen. “Vandaag had ik weer een verplicht college”, zucht de student elektrotechniek die dinsdagavond pas terug was in Nederland.
De laatste jaren is het team aan een opmars bezig. Hiervoor worden Nederlanders met een Surinaamse achtergrond actief gescout door de korfbalbond. Visser – die een Surinaamse moeder heeft – speelde voor de jeugdteams van Nederland, maar vindt het een eer om voor Suriname uit te komen. “Ik ben Nederlands opgevoed, maar ik voel me steeds meer verbonden met mijn Surinaamse roots. Daar heeft dit korfbalteam een belangrijke rol in gespeeld.”
Moeite met volkslied
Toch was het even wennen voor Visser, die onderweg naar Taipei het Surinaams volkslied nog moest leren. “Daar had ik wel wat moeite mee”, lacht hij. “Ik dacht: wat staat hier nou weer? Hoe moet ik dit gaan leren? Ik snapte er echt helemaal niets van, maar uiteindelijk heb ik het zin voor zin in mijn kop gestampt. Voor het begin van de eerste wedstrijd was dat gelukt.”
Die eerste wedstrijd was niet zo spannend, want Suriname was veel te sterk voor Maleisië en won met 27 – 5. “Toch is het goed voor de sport dat zulke landen meedoen”, zegt Visser. “Met 24 deelnemers was dit het grootste WK ooit. Vroeger werd er niet gekorfbald in landen als Maleisië, de Filipijnen en Thailand.”
Jacht op medaille
Visser droeg met twaalf doelpunten bij aan het meest succesvolle WK ooit voor Suriname. De ploeg van bondscoach Ivan Karsters versloeg Maleisië, Hongarije, Hong Kong, Portugal en Duitsland. De korfballers van België en Chinees Taipei waren net te sterk. Die twee landen werden uiteindelijk tweede en derde achter Nederland, dat voor de elfde keer wereldkampioen werd.
Het volgende WK is over vier jaar, in Nederland. “Dat voelt nog heel ver weg”, geeft Visser toe. “In Taipei mikten we stiekem op een medaille. Daar hebben we net naast gegrepen, maar hopelijk belanden we over vier jaar wel in de top 3. Daar gaan we voor!”
