55 jaar geleden, in 1969, waren mijn opa en oma mijn leeftijd: in de twintig, aan de start van een zelfstandig leven. Zij omschrijven deze jaren als ‘heel simpel’. Waarom was hun grootste zorg destijds hoe je andijvie bereidt en heb ik tegenwoordig het gevoel dat ik de wereld moet redden?
Door Lotte Groenendijk
Daar staan ze dan. Naast elkaar naar de gloednieuwe radio te kijken. Het is een échte radio, een bruine met twee speakers erbij. Heel anders dan het transistorradiootje dat ze gewend zijn. Ze hebben hem op een grote tafel gezet. Pontificaal zichtbaar in hun gloednieuwe huis. Nu kunnen ze ook thuis dansen, in plaats van alleen op zaterdagavond bij Colijn. Want wat een geluid komt eruit.
Het is 1969, Jan en Marjoca Groenendijk zijn 21 en 23 jaar oud. Net getrouwd en trotse eigenaren van een huis. Een hoekhuis in Breukelen, met een flinke tuin erbij. Marjoca kookt die week voor het eerst in haar leven. Andijvie, zonder deze te wassen, dus de beestjes lopen over het bord heen. Van ooms en tantes kregen ze een paar stoelen en een groen tweezitsbankje en van haar ouders een bed. Omringd door geleende spullen kijken ze nu naar hun eerste eigen bezit. Ze zoeken langs de zenders naar een leuk liedje. Maar er is savonds eigenlijk niks leuks op de radio. Het is niet erg. Want wat een geluid komt eruit.
Mijn opa en oma op hun bruiloft
‘Was het leven dan echt zo makkelijk toen jullie 20 waren?’ vraag ik 55 jaar later vol verbazing aan mijn opa en oma. We zitten in hetzelfde huis met een kop koffie. De leenmeubels hebben plaatsgemaakt voor twee comfortabele stoelen en een bank. De radio is ondertussen ingeruild voor een mobiele telefoon. ‘Ja, toch Jan?’ vraagt mijn oma aan mijn opa. ‘Het was leuk, alles was leuk in die tijd’. Opa knikt. ‘Het was simpel,’ voegt oma toe. ‘Heel simpel.’ Ik kan het me gewoon niet voorstellen, vertel ik ze. Dat het leven tussen de 20-30 jaar ‘heel simpel’ is. Opa draait zich naar me toe: ‘Ervaar jij zoveel stress dan?’
Waar moet ik beginnen, denk ik. Ik doe een fulltime master waardoor ik nauwelijks geld kan verdienen om rond te komen, maar ik moet wel sparen want anders krijg ik nooit een huis. Ik ben bezig met mijn toekomst, maar kijk niet te ver vooruit want misschien is de aarde dan gesmolten. Dat probleem moeten wij trouwens ook oplossen. Een baan in de journalistiek is het einddoel van mijn studie, maar kom ik dan wel rond? Verdient dat wel? En als ik daar eenmaal binnen ben moet ik ook opkomen voor een gelijke man-vrouw verhouding, want die blijkt ook vrijwel niet bestaand. Dit zijn de jaren waarin ik nog niks hoef te weten of te hebben of te doen, maar volgens de ‘inspirerende’ video’s op Instagram moet ik tegelijkertijd wel alles hebben gedaan. Mijn opa schudt afkeurend zijn hoofd. ‘Jij moet daar mee uitkijken,’ waarschuwt hij en gaat wat rechterop zitten. ‘Wat jij allemaal doet, keur ik helemaal af’.
Niet alleen ik, maar een hele generatie jongvolwassenen kampt met stress. Uit een onderzoek naar de mentale gezondheid van jongeren (18-34 jaar) door het RIVM uit 2023, blijkt dat er een stijging is in de hoeveelheid stress die jongeren ervaren. 48% van de jongeren die deelnamen aan het onderzoek hadden in de 4 weken voor het invullen ervan stress ervaren. Dit is 16% meer dan de meting die in 2021 werd gedaan. De hoogste stressfactoren liggen bij school (28%), de combinatie van alles wat jongeren moeten doen (27%) en de mening van anderen (17%). Het gevoel weinig vrije tijd te hebben en de druk om te presteren zijn een terugkerende oorzaak.
Jongeren die meededen aan het onderzoek geven aan het gevoel te hebben dat ze alles moeten kunnen en zichzelf vergelijken met anderen die meer hebben bereikt dan zijzelf. Ook hun toekomstbeeld is onzeker. Er wordt getwijfeld of de juiste keuze is gemaakt wat opleiding betreft. De woningnood en het gebrek aan geld komen hier nog bovenop. Maar hoe kan het dat ik me op mijn 21e druk maak om een dak boven mijn hoofd en het redden van de wereld en mijn opa en oma op diezelfde leeftijd net getrouwd op een geleend bankstel in hun eigen huis naar muziek zaten te luisteren?
Burn out? Dat bestaat niet
De druk om te presteren op school was geen probleem in het leven van mijn opa en oma. Mijn oma werkt al sinds haar 14e. ‘Je studeerde niet, je werkte meteen,’ legt ze uit. Mijn opa werd postbode, een ongeschoold beroep, omdat hij van vrijheid hield. ‘Mijn vader beloofde me een paar kunstschaatsen en 25 gulden als ik op school wilde blijven,’ zegt oma. Maar ondanks dat verleidelijke aanbod deed ze het niet. ‘Niemand bleef op school!’.
Een onderzoek van de TNO uit 2022 onder werkende jongeren toont aan dat burn-out klachten toenemen. 1 op de 4 werknemers tussen 18 en 34 jaar gaf in dit onderzoek aan burn-out klachten te ervaren. Uit aanvullend onderzoek blijkt dat de oorzaak ligt bij het voelen van sociale druk, onzekerheden in het leven en prestatiedruk. Vanuit de maatschappij ervaren jongeren veel druk om te moeten presteren, zowel op werk als op sociaal vlak.
Mijn oma herinnert zich dat ze veel aan het werk was in haar jongvolwassen jaren. Maar een burn-out? ‘Dat bestond toen helemaal niet.’ Mijn oma werkte hard. ‘We hadden dit huis gekocht en we hadden geen geld meer.’ Kregen ze daar dan geen stress van? ‘Nee, het was leuk. We hadden een huis, we waren blij!’. En mijn opa? ‘Ik had nul stress,’zegt hij stellig. Daar is oma het niet mee eens. ‘Nou Jan, we hadden soms wel even stress om rond te komen.’ Opa begint te lachen. ‘Ja jij,’ grapt hij, ‘Maar ik? Ik had núl stress.’
Mijn opa en oma in hun nieuwe huis
Hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie en geregistreerd arbeids- en gezondheidspsycholoog Wilmar Schaufeli legt uit: ‘Het was de norm om veel en hard te werken.’ Mensen werkten om rond te komen, om de hypotheek te betalen. ‘Het was normaal om de hele week en de zaterdag ook te werken, want iedereen om je heen deed het ook.’ De druk die jongvolwassenen nu voelen om te presteren was toen minder. ‘CV betekende gewoon centrale verwarming. Je ging iets doen wat je leuk vond en je was totaal niet bezig met de druk om iets te bereiken’. Ik vraag oma of zij bezig was met haar toekomst: ‘Ik dacht, ik zie wel waar het schip strandt.’
Psychologe Marijke Uithol ziet door haar 16 jaar ervaring een verschuiving plaatsvinden in de mentale gezondheid van jongvolwassenen. ‘Er is teveel keuzeruimte nu. Straks kies je het verkeerde’. De maatschappij is anders. ‘Het verschil is te groot tussen wie mensen zijn en wie ze volgens de samenleving moeten zijn.’ Hierdoor luisteren mensen niet meer naar wat hun lichaam hen vertelt. ‘We gaan over grenzen om elkaar tegemoet te komen en te voldoen aan de behoeften van een ander.’
Geen schokkende gebeurtenissen
Over de rest van de wereld in die tijd kunnen opa en oma zich weinig indrukwekkends herinneren. ‘Er gebeurde niet zulke schokkende dingen denk ik…,’ zegt oma bedachtzaam. Geen oorlogen? En het klimaat, waren jullie daar al mee bezig? ‘Helemaal niet… ik denk dat dat niet zo goed is achteraf gezien.’
Schaufeli ziet dit anders. ‘Er gebeurde juist heel veel. Er hing altijd een soort donderwolk boven de wereld, het gevoel van een continue dreiging’. Waarom dan toch het idee dat alles mooi was? ‘Na de Tweede Wereldoorlog werd er eerst heel hard gewerkt aan de wederopbouw, alles was kapot,’ legt Schaufeli uit. ‘Het moment dat er meer geld in omloop kwam, kregen mensen meer vrije tijd, meer geld voor vakanties. Mensen werden gelukkiger’. Er heerste een gevoel van optimisme over de toekomst. ‘Elk jaar werd het leven beter,’ zegt Schaufeli. ‘Terwijl als we nu naar de toekomst kijken is het een stuk onzekerder.’
Mijn opa en oma op vakantie
Over de stress die er wel was, werd luchtig gedaan. ‘Het had geen nut om stress te hebben’. Schaufeli noemt ook het belang van de mensen waar je mee omgaat voor de mate van stressbeleving. Als alle mensen om je heen welvarend zijn en zich nergens druk om maken, is de kans groot dat jij dit ook zo ervaart. ‘Je leeft in een bubbel.’
Bubbel
Die bubbel is nu veel groter, met de opkomst van internet, mobiele telefoons en sociale media. De bubbel, die bij mijn opa en oma uit tien neven en nichten bestond, kan bij ons bestaan uit iedereen ter wereld die is aangesloten op het online netwerk. En jezelf vergelijken met anderen gaat dan net iets verder dan kijken naar hoe de buurman zijn tuin netjes houdt. ‘We toetsen onszelf constant aan de rest van de wereld,’ zegt Uithol. ‘Is wat ik doe nog goed? Je wilt gezien en erkend worden.’
Vroeger was het enige voorbeeld dat je meekreeg dat van je ouders of de leraar. Nu keuren we onszelf door te kijken naar sociale media. ‘Je brein kan moeilijk onderscheid maken tussen wat waarheid is als er informatie binnenkomt. Als we dingen eerder hebben gezien, is het automatisch waar.’ Verradelijk, want op sociale media krijg je door het algoritme bepaalde beelden nou eenmaal vaker terug te zien, waardoor het kan worden geïnterpreteerd als de waarheid. ‘Maar sociale media is niet altijd waar’.
Je weet teveel
Een keertje per dag luisterden mijn opa en oma naar het journaal en dan gingen ze weer door met het leven. ‘Het nieuws werd niet zo naar voren gehaald als nu,’ zegt oma. ‘En gelukkig maar,’ beaamt opa. ‘Wat moet je met die ellende allemaal, je kan er niks mee. Nu weet je gewoon te veel.’
Uithol kan zich hierin vinden. ‘Vroeger kwamen er alleen beelden van de wereld langs als deze toevallig op tv kwamen, nu zie je ze in kleur en kun je ze zelf opzoeken. Je kunt je zelf helemaal overladen met informatie’. Als we ons van de leg voelen, gaat ons brein op zoek naar informatie om gebeurtenissen te verklaren. ‘We denken dat het ons kalmeert, maar het kalmeert ons juist niet. De stroom aan informatie is nooit op, we kunnen hem alleen zelf stopzetten’. Daar komt ook nog bij dat er nu een sociale druk bestaat om te moeten weten wat er in de wereld gebeurt. ‘Ik weet, dus ik ben onderdeel van de maatschappij.’
Niet over praten
‘Hebben wij nare dingen meegemaakt?’ Oma herhaalt mijn vraag aan opa die net weer binnen komt gelopen met iets lekkers. Ik zie hem nadenken. ‘Ik kan me niet herinneren dat we iets rottigs hebben meegemaakt toen.’ En mentale problemen? Mensen die naar een psycholoog gingen? Allemaal niet aan de orde, zeggen ze. ‘Je praatte er gewoon niet over. Je hebt er maar mee te leven, het is gewoon zo.’
‘Mensen moeten nu met meer dingen dealen,’ ziet Uithol. ‘Mensen geven aan: ik overzie het niet meer’. Dit heeft te maken met de individualisering van de maatschappij, denkt ze. ‘Vroeger was iedereen meer betrokken in elkaars leven, nu vinden mensen sneller dat ze het alleen moeten kunnen.’ Ook Schaufeli ziet individualisering terug in de maatschappij. ‘Er was vroeger een gevoel van samenhorigheid.’ Volgens hem waren mentale problemen wel aanwezig in de samenleving, maar werden deze simpelweg niet gediagnosticeerd. ‘Mensen zeggen snel:vroeger was alles beter, maar dat is niet per se zo. Het was anders.’ Doordat er geen diagnoses werden gesteld aan problemen, hebben veel mensen vroeger hard geleden onder hun klachten. ‘We zijn tegenwoordig als maatschappij humaner geworden.’ Er is ook meer tolerantie dan vroeger. ‘Vroeger ging je niet zomaar in discussie over alles. Het was nou eenmaal zo.’
Elke leeftijd heeft wel wat
‘Heb je nog meer vragen lieverd?’ vraagt oma. Onze koffie is op en ik moet over een half uur de trein halen, terug naar Groningen. Hun hondje Basje is ondertussen naast me komen liggen. Ik denk aan wat ik straks ga doen: zumbales geven aan een groep enthousiaste meiden en daarna borrelen met mijn nieuwe huisgenoten. Ik heb nu al zin in de kaas die we gaan kopen.
Elke leeftijd heeft wel iets leuks, zei oma toen ik vroeg of het haar favoriete jaren waren. Als ik lang naar de grote tafel kijk kan ik de bruine radio zien staan. Met een net getrouwd stel ervoor, vrijwel zorgeloos. Ik kijk naar mijn opa en oma in hun comfortabele stoelen. ‘Waren jullie gelukkig toen?’ wil ik nog weten. ‘Dat kan je wel zeggen ja,’ zegt opa. Hij kijkt naar oma, die pakt zijn arm even vast. ‘En nog steeds.’
