Door: Nikki de Groot
Precies een jaar geleden vandaag, op 24 januari 2024, werd Esmé van den Boom (31) tijdens de Poëzieweek verkozen als stadsdichter van Groningen. Daarmee is ze nu halverwege haar termijn als stadsdichter en heeft ze nog een jaar te gaan. “Eén ziel per dag winnen voor de poëzie, dat is mijn doel.”
Groningen ademt dichtkunst. Overal in de stad zijn sporen van poëzie te vinden: op muren, in verborgen steegjes en op plekken waar wekelijks poëzieavonden gehouden worden. Voor Van den Boom is het niet genoeg dat dichtkunst er is; ze wil dat meer mensen ermee in aanraking komen, ook degenen die denken dat poëzie niks voor hen is. De Poëzieweek speelt daarbij een belangrijke rol, maar haar missie reikt veel verder dan één week in het jaar.
Als stadsdichter moet ze ieder jaar zes gedichten schrijven voor de stad en één keer in de gemeenteraad optreden. “In de praktijk ben je gedurende je termijn als stadsdichter het gezicht van de dichtkunst in Groningen.”
Van den Boom beschrijft haar rol met enthousiasme. “Ik wil de stad een beetje mooier maken. Groningen betekent veel voor mij en via poëzie hoop ik iets terug te doen.” Het bijzondere aan Groningen is volgens haar de toegankelijke cultuur voor beginnende dichters. “Je kunt hier best snel het podium op en vlieguren maken. Er zijn zoveel podia dat je in theorie elke week wel naar een poëzieavond kunt. Zelfs in Amsterdam heb je dat niet.”
Maar dichtkunst is voor Van den Boom niet alleen iets lokaals. “Naast dat het leuk is om hier in Groningen poëzie te laten zien, wil ik de stad ook elders op de kaart zetten.” Zo reist ze af naar andere steden en maakt ze gebruik van haar netwerk om meer ruimte te creëren voor Groningse dichters. “Het is ook voor de verbinding wel eens heel leuk om de stad uit te gaan en te laten zien, er gebeurt ook van alles in Groningen.”
De Poëzieweek, die dit jaar van 30 januari tot 5 februari 2025, plaatsvindt, biedt een kans om poëzie nog zichtbaarder te maken. De Poëzieweek begint op Gedichtendag, dit is ieder jaar op de derde donderdag van januari. Dit is niet veranderd, maar op een gegeven moment is er besloten om er een week van te maken.
Eerder werd er in Groningen al een festival georganiseerd rondom Gedichtendag, namelijk de Poëziemarathon. Dit werd georganiseerd door de Collectieve Propogandastichting voor het Nederlandse Boek (CPNB). Volgens Van den Boom heeft het CPNB de Poëziemarathon laten vallen en daarmee ook een belangrijke rol die zij hadden bij het vertegenwoordigen van lokale dichters.
Tegenwoordig wordt de Poëzieweek georganiseerd door NOORDWOORD. In heel Groningen is gedurende deze week een brede mix te vinden van poëzievoorstellingen, lezingen, optredens en workshops.
Agenda Poëzieweek in Groningen:
Foto’s: pixabay.com
Bron: noordwoord.nl
Tijdens de Poëzieweek brengt Van den Boom een speciale aflevering van haar maandelijkse podcast uit, die op Gedichtendag verschijnt. Hierin bespreekt ze de gedichtenbundel van de Poëzieweek, geeft ze tips en duikt ze in het thema van dit jaar: lijfelijkheid. “Lijfelijkheid is een geweldig thema voor poëzie. Het probeert gevoelens op te roepen waar eigenlijk geen woorden voor zijn.”
Het thema krijgt bovendien een eigen invulling binnen de Groningse context. Ze noemt initiatieven zoals Gosh, een queer night waarbij dichtkunst een rol speelt, als voorbeeld van het thema lijfelijkheid en denkt dat het thema de reputatie van Noord-Nederland als stijf kan doorbreken. “Het thema is een uitnodiging om eens iets anders te doen.”
Toch ligt de grootste uitdaging in het bereiken van een breder publiek. Bij de vraag hoe van den Boom ervoor zorgt dat ze niet alleen de mensen bereikt die poëzie al lezen, begint ze te lachen. “Mensen denken dat er niet meer te trekken valt aan de poëzie, ‘want dat die mensen zijn zestig en gaan op de dag dood’, maar ik merk heel erg om me heen dat er best wel veel jonge mensen zijn die wel iets met de poëzie willen.” Toch blijft het een lastige taak, geeft ze toe.
Van den Boom noemt de openbare ruimte als een krachtig middel om nieuwe mensen te betrekken. “Vroeger werden gedichten in de Gezinsbode gepubliceerd, maar dat gebeurt nu niet meer. Nu moet je op zoek naar plekken waar je mensen kan verrassen.”
Tijdens haar periode als huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen tussen 2016 en 2017, schreef Van den Boom gedichten in de HEMA tijdens het HEMA-ontbijt. “In de HEMA kwam je mensen tegen die je anders nooit zou spreken. Zulke plekken zijn belangrijk, want dichtkunst draait ook om verbinding.” Een dergelijke laagdrempelige ontmoetingsplek is er nu niet meer, want de HEMA doet niet meer aan deze ontbijtjes. Ondertussen zoekt Van den Boom wel naar vergelijkbare initiatieven.
Haar aanpak richt zich daarnaast op het begeleiden van jonge dichters en hen een podium bieden. Via evenementen zoals de maandelijkse stadsdichtersessies in het Forum maakt ze Groningse poëziecultuur toegankelijk voor zowel dichters als publiek. “In theorie kan je er elke maand komen en daarna weet je alles over de poëzie in Groningen.”
Van den Boom hoopt dat dichtkunst in de toekomst nog een grotere rol gaat spelen, juist als tegenwicht in een wereld waarin we continu op onze telefoon zitten. “We hadden verwacht dat technologie ons meer verbinding zou brengen, maar vaak doet het het tegenovergestelde. Poëzie biedt wel ruimte voor verbinding, voor echte gesprekken die anders niet zouden plaatsvinden.”
Naast haar huidige projecten denkt Van den Boom ook al na over de toekomst. Ze wil iets opzetten dat de stadsdichters na haar kunnen voortzetten. “Het zou mooi zijn als er vaste plekken komen waar je altijd een gedicht kan vinden. Dat je mensen vaker kan verrassen met poëzie, zelfs als ze er niet naar opzoek zijn.”
Voor nu richt ze zich op haar doel voor het tweede jaar van haar stadsdichterschap: meer de straat op, meer mensen aanspreken. “Eén ziel per dag winnen voor de poëzie, dat is mijn doel.”
Met haar liefde voor de stad en haar missie om dichtkunst voor iedereen toegankelijk te maken, lijkt ze goed op weg om Groningen nóg dichter bij poëzie te brengen. Want, zoals ze zelf zegt: “weet je wel waar je nee tegen zegt, als je zegt dat je niet van poëzie houdt?”
