Zitvolleybal zit weer in de lift: “De sport was een beetje doodgebloed”

Door: Bas Drijfhamer

Bij steeds meer volleybalverenigingen is het een populair fenomeen: zitvolleybal. Een variant van volleybal waarbij de spelers niet in het veld staan, maar zitten. In Bedum wordt de sport sinds vorig jaar weer fanatiek beoefend: “Het constant in beweging zijn is wat het zo zwaar maakt.”

Zitvolleybal is bedoeld voor mensen die door een lichamelijke of mentale beperking geen regulier volleybal kunnen spelen. Maar de sport is ook toegankelijk voor volleyballers die dankzij een blessure een tijdje langs de kant staan en zittend nog wel kunnen meedoen. De spelregels van zitvolleybal verschillen daarnaast niet heel erg van de traditionele vorm. Het grootste verschil is dat het veld kleiner is en het net lager.

Bedum

In Bedum is de sport sinds vorig jaar oktober bezig aan een comeback. In de jaren tachtig had volleybalvereniging DIO ook al een zitvolleybalteam. “We hebben op hoog niveau gespeeld en aan NK’s en WK’s meegedaan”, zegt Arnout Smit, een van de oprichters van het huidige team. Naast dat hij iedere dinsdagavond te vinden is op de zittraining, volleybalt hij ook nog staand in de zaal. 

“In het noorden was er vorig jaar niet veel animo meer voor zitvolleybal. De sport was een beetje doodgebloed”, vertelt Smit. Omdat DIO als vereniging al ervaring had met zitvolleybal, besloot de Nederlandse Volleybalbond hen vorig jaar te benaderen. Omdat er landelijk maar vierhonderd mensen zijn met een beperking waardoor ze in aanmerking komen voor zitvolleybal, is het oprichten van een team niet makkelijk. Het team van DIO telt nu zeven spelers, maar acht is het minimale aantal om mee te kunnen doen in de competitie. “We proberen zo veel mogelijk leden te werven”, zegt Smit. “Je bent echt één of twee jaar bezig om een team te vormen en dat is soms best moeilijk.” 

Amniombandsyndroom 

Een van de speelsters bij DIO is Dorien van der Staaij. In 2017 werd ze door een kennis en tevens speelster van het Nederlands zitvolleybalteam uitgenodigd om te komen kijken bij een training. “Ik had geen volleybalervaring, maar door mijn beperking was dit wel een kans om op nationaal niveau te kunnen sporten.” Van der Staaij heeft het amniombandsyndroom, een aandoening deels veroorzaakt doordat het vlies rondom de foetus scheurt waardoor de groei belemmert wordt. “Bij mij is dat de groei van mijn handen geweest, het is een aangeboren iets”, zegt ze.

Zitvolleybal vormt voor Van der Staaij een uitkomst. “Het leukste aan de sport vind ik het tempo. Het spel gaat heel snel omdat je zo laag bij de grond zit.” Ook het team waarin je speelt heeft hier invloed op, zegt ze. “Als je team een geoliede machine is waarin iedereen zijn taak serieus neemt is de snelheid echt een uitdaging.”

TeamNL

Inmiddels speelt Van der Staaij zelf in het Nederlands zitvolleybalteam. Van 12 tot 18 oktober speelde ze op de World Cup in de Verenigde Staten, een toernooi waarvoor je je als team kan inschrijven. Eerder werd er al zilver gewonnen op het EK, waardoor Nederland zich geplaatst heeft voor het WK van 2026 in China. 

Op de World Cup speelde Nederland tegen de vijf beste landen van de wereld. Het team werd laatste, maar volgens Van der Staaij gingen ze niet naar het toernooi om het ook daadwerkelijk te winnen. “Onze tegenstanders waren van een veel hoger niveau dan we gewend zijn. Met dat in het achterhoofd was het echt een leertoernooi, veel meer dan een prestatietoernooi.” 

Van der Staaij heeft als ultiem doel deelnemen aan de Paralympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Daarnaast hoopt ze dat ze met het Nederlands team kan bijdragen aan de stijgende populariteit van het zitvolleybal. “Het zou geweldig zijn als we ons daarvoor kunnen plaatsen. Voor de toekomst van de sport is het mooi dat we als Nederland onszelf op de kaart zetten en stijgen op de wereldranglijst.”

Ambitie

In Bedum blijft het de ambitie om zo snel mogelijk in de competitie te kunnen spelen. “Dat is ook de doelstelling”, zegt Smit. “Dan gaan we ieder jaar in toernooivorm spelen tegen teams uit heel Nederland. Via de Tweede en Eerste Divisie komen we dan hopelijk ooit in de Eredivisie.”

Geef een reactie