Groningse dames strijden voor plek op EK roundnet: “Je weet het nooit met die service van jou” 

Amsterdam – Op de Amsterdam Open Roundnet strijden de Groningse Eline Meijer (27) en Sophie Bouma (24) voor een plek in het Nederlandse team op het Europees kampioenschap in Italië. De nieuwe sport is in studentensteden steeds populairder en wordt steeds internationaler. “Ik kijk heel erg uit me te gaan meten aan het Europese niveau”, aldus Meijer.

Tekst: Geert Douwe de Vries. Fotos: Raoul Schildmeijer

Eline Meijer in actie tegen Rotato Potato

Het vergeelde grasveld van het Amsterdamse Bos kleurt zaterdag nog geler. Tientallen geel-zwarte balletjes stuiteren van duo naar duo. Het ene tenue is nog kleurrijker dan het ander. Over het hele veld staan ronde netjes op pootjes die van een afstandje lijken op kleine trampolines. Daaromheen vormen zich grote cirkels platgetrapt gras door toedoen van de fanatieke spelers op voetbalschoenen die duiken, springen en smashen in een poging een punt te scoren. Na het geluid van een bal op de grond of tegen de rand van het netje, volgt onvermijdelijk een gejuich van ten minste twee spelers.

Nieuwe sport

Roundnet is een nieuwe sport in Nederland. Het spel is zo’n acht jaar geleden komen overwaaien uit de Verenigde Staten en vorig jaar was het eerste wereldkampioenschap. In Groningen is sinds twee jaar een vereniging actief en elk jaar worden door het hele land meer opgericht. Met name in studentensteden zoals Nijmegen, Enschede en Groningen is de sport groeiende. In het Noorderplantsoen, Bernoulliplein en Stadspark zijn de gele netjes en de bijbehorende ‘graancirkels’ steeds vaker te zien.

Het doel van het spel is de bal op het trampolineachtige netje te krijgen. Beide teams hebben drie aanrakingen, net als bij volleybal, om dat te doen. De spelers proberen dat de tegenstander zo moeilijk mogelijk te maken door te slaan waar de tegenstander niet staat. Het is geen contactsport, dus na het raken van het net mogen spelers de tegenstanders niet in de weg lopen. Als de bal op de grond komt of de rand van het netje raakt, verdient het team dat als laatste het netje heeft geraakt een punt. Het bijzondere aan het spel is dat na de opslag het hele veld open ligt; de spelers mogen overal om het net heen lopen. Twee sets van elk vijftien punten moeten uitmaken wie er met de winst vandoor gaat.

Een mooi punt voor Kassa Wodkis:

Het ruikt naar zonnebrand, zweet en droge modder in de hoofdstad, waar vandaag het Amsterdam Open Roundnet wordt gespeeld. Dit is het laatste toernooi waar punten kunnen worden gehaald voor de kwalificatie voor het Europees kampioenschap. Er kunnen drie mannen- en drie vrouwenteams mee. Het Groningse team Kassa Wodkis, bestaande uit Eline Meijer (27) en Sophie Bouma (24), staat er goed voor in de ranglijst, maar het kan vandaag nog misgaan in het dorre Amsterdamse gras.

De deelnemers dragen bijna allemaal petjes, maar die bieden nog niet genoeg schaduw. Onder de bomen aan de rand van het veld zitten de teams uit te rusten. Daar is Frans, Spaans en steenkolenengels te horen. De sport is erg populair bij studenten die uit het buitenland in Nederland komen studeren. “Je hebt alleen een net en een bal nodig”, legt Meijer uit. Die toegankelijkheid en de snelheid van het spel zijn voor haar de redenen dat ze het zo graag speelt. Wat een save, wordt van de kant geroepen na een duik op het dichtstbijzijnde veld.  

De groepsfase

De mannen zijn in deze sport oververtegenwoordigd. Dat vindt Meijer niet zo erg. “Het is gewoon een heel leuk spelletje”, zegt ze terwijl ze om zich heen kijkt naar de andere wedstrijden. “Het kan zo in het parkje en overal.” Ze heeft zelf altijd gevolleybald, maar heeft de overstap gemaakt. “Niet als bij beachvolleybal, waar je zo’n groot net moet optuigen.” Ze beeldt met haar armen een worsteling met touwen uit.

De nieuwigheid van de sport vertaalt zich in de vele discussies die worden gevoerd tussen de teams. “Mag dat?” is een vraag die meer dan eens beantwoord moet worden. Omdat de sport nog in ontwikkeling is, worden de regels voortdurend aangepast. Bovendien zijn veel teams aanwezig die voor het eerst meedoen. De wedstrijden worden zonder scheidsrechter gespeeld, dus worden potjes regelmatig onderbroken vanwege discussie. Vaak eindigt die onenigheid in een andere vraag: “Zullen we opnieuw?”

In eerste wedstrijden krijgt Meijer de ene na de andere tegenstander op de knieën. Met grote schijnbewegingen tijdens de service verwart ze haar rivalen. Voordat ze de bal slaat stapt ze uit naar links, dan weer terug naar rechts, schijn naar links en dan toch slaan met rechts. Hoewel ze eigenlijk linkshandig is, weet ze snel te wisselen van hand, waardoor de tegenstander lastig kan inschatten waar de bal komt. “Je weet het nooit met die service van jou”, kreunt Niels Kadijk (25) uit Enschede nadat hij er voor de zoveelste keer intrapt.

Na de groepsfase komen ze de Groningse rivalen tegen: Niels de Jonge (21) en Dirk van de Riet (24), ofwel Brak en Dirk, die op hun plaats ook strijden voor een Europees ticket. De wedstrijd verloopt niet goed voor Kassa Wodkis. Het lijkt dat het verassingselement van de schijnbewegingen in de service van Meijer minder goed werkt tegen deze bekenden. De wedstrijd gaat verloren, nul-twee. Daardoor zullen de meiden zich in de verliezersrondes moeten bewijzen.

Het duo neemt even pauze en haalt water. De organisatie heeft de grootste moeite de 44 teams van water te voorzien, omdat het dichtstbijzijnde tappunt een kilometer verderop is. Voortdurend loopt organisator Hogesteeger met een bolderkar heen en weer, drie jerrycans per keer. Wat niet helpt is dat voorzitter Mark de Jong, zelf al meerdere keren Nederlands kampioen, ook meespeelt. “Ik kom zo bij je”, krijgt Hogesteeger meerdere keren van hem te horen. Gelukkig zijn er wel genoeg broodjes.

Meijer en Bouma maken zich klaar voor de volgende pot. Ze spelen tegen twee snelle jongens die zichzelf Potato Rotato hebben genoemd. De eerste set zijn de Groningse dames beduidend sterker, maar de jongens zijn zo snel dat ze veel tegenhouden. De meiden krijgen de bal maar moeilijk bij hen op de grond; nul-één achter.

Dan gaat het lopen. Bouma kan met haar lange armen veel ballen opvangen en hard slaan. Ook Meijer maakt het de tegenstanders met korte balletjes en harde smashes heel moeilijk. Misschien is het vermoeidheid, misschien techniek, maar de heren zijn niet in staat de meiden te verslaan deze set; één-één.

De derde en beslissende set moet de winst gaan bepalen. De meiden voelen de vijf potjes die ze gespeeld hebben in de benen. De service, Meijer’s hoofdwapen, gaat steeds minder hard. Ze slaat vaak naast het net, waardoor veel punten worden verspeeld. Ze probeert voorzichtiger te spelen, door met korte balletjes de tegenstanders te verrassen, maar deze jongens zijn snel genoeg om die op te duiken. Ze hoeven met die zachte ballen minder ver te lopen en dus wordt het makkelijker om tegen de Groningse meiden te scoren. De jongens winnen; één-twee.

“Jullie verdedigden zo goed”, complimenteert Meijer haar tegenstanders. De jongens lachen: “Maar die service, echt!” kaatst één van hen de bal terug.

Vooruitkijken

Na de wedstrijd is het vooruitkijken voor Meijer en Bouma. Na dit verlies is de 21e plaats het eindresultaat. Daarmee zijn ze tweede van de meidenteams. Dat lijkt genoeg te zijn voor het Europese ticket. Ze zullen nog een aantal dagen moeten wachten voordat dat duidelijk wordt.

Hoe dan ook wordt het eerstvolgende station het open toernooi in Londen op 15 en 16 juli, waarvoor geen kwalificatie nodig is. “Dat gaat een goede voorbode zijn voor het EK”, blikt Meijer op de zaken vooruit. “Ik kijk erg uit me te gaan meten aan het Europese niveau”, zegt ze enthousiast.

Na afloop van het toernooi rent Meijer met haar partner naar de hoofdtafel, waar de organisatie wacht om de meiden nog even voor de camera te interviewen voor de livestream. Ze kijken door de lens de wijde wereld in en de wereld ziet hen. Laat Padova maar komen. Nederland is voor Eline Meijer en Sophie Bouma nog te klein.

Geef een reactie