Auteur: Joran Swart
Taalwetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen brachten afgelopen week een nieuw bordspel op de markt: Streektaalstrijd. Het spel wil streektalen in het Nederlandse taalgebied meer bekendheid geven en de eerste oplage vloog binnen een dag over de toonbank.
“Noem om de beurt een spreekwoord waar een dier in voorkomt”, “van welke taal is Pennsylvania Dutch afgeleid?” en “dieren hebben ook dialecten, is dat waar of niet waar?”. Het zijn voorbeeldvragen uit Streektaalstrijd, een nieuw bordspel gemaakt door taalwetenschappers Raoul Buurke, Hedwig Sekeres en Lourens Visser vanuit Speech Lab Groningen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Dit bordspel, dat qua opzet doet denken aan een combinatie van Risk en Triviant, plaatst deelnemers in de rol van vertegenwoordigers van streektalen in het Nederlandse taalgebied, inclusief Vlaanderen. Het hoofddoel is om zoveel mogelijk gebieden te veroveren door het correct beantwoorden van diverse vragen over taalwetenschap en streektalen. In het spel vergroten deelnemers niet alleen hun kennis, maar concurreren ze ook om een streektaal uit Nederland en Vlaanderen zo wijd mogelijk te verspreiden.
Succesvolle start
De eerste oplage van Streektaalstrijd, die bestond uit twaalf spellen, werd eerst alleen verkocht bij I-shop, de winkel van de Rijksuniversiteit Groningen. Tot ongeloof van de winkelmedewerkers was het spel daar binnen een dag niet meer te verkrijgen. “Eigenlijk wordt hier voornamelijk kleding van de universiteit verkocht, maar binnen een dag was het spel uitverkocht. Dat hadden we niet verwacht”, vertelt een kassamedewerkster van de winkel.
Een van de makers, Hedwig Sekeres, was minder verbaasd over de succesvolle verkoop. “Er zijn ook veel mensen die bijvoorbeeld vragen hebben bijgedragen over dialect. Die zijn dan sowieso geïnteresseerd. En daarnaast was de eerste oplage natuurlijk best wel klein. De volgende levering van vijfhonderd spellen wordt volgende week verwacht en wordt verdeeld over verschillende winkels door Nederland en Vlaanderen”, zegt Sekeres.
Het succes van het spel heeft de ontwikkelaars enthousiast gemaakt voor wat de toekomst zal brengen.“We zijn benieuwd hoe hard het met de tweede levering gaat”, aldus Sekeres. “We hopen dat het met de grotere levering ook zo storm loopt en het zou heel leuk zijn als deze ook wordt uitverkocht”, zegt Sekeres optimistisch.
Wetenschapscommunicatie
Aanvankelijk was het bordspel een idee van Martijn Wieling, bijzonder hoogleraar Nedersaksische / Groningse Taal en Cultuur namens de Stichting Groninger Universiteitsfonds. Vervolgens werd het tweeënhalf jaar geleden ontwikkeld door Buurke, Sekeres en Visser vanuit Speech Lab Groningen. “We hadden een beurs gekregen voor wetenschapscommunicatie. Er was een idee voor een bordspel en uiteindelijk hebben we het als groep zo ingevuld”, vertelt Sekeres.
Zelf zijn de makers van het spel ook bekend met een streektaal. Zo komt Visser uit Friesland en heeft Sekeres, zelf opgegroeid in Drenthe, sinds een aantal jaar het Groningse dialect onder de knie. “Raoul (Buurke, red.) en ik hebben allebei op latere leeftijd Gronings geleerd bij een cursus. Die zijn we gaan doen omdat we in het dialectonderzoek zaten. Het is dan wel belangrijk om het in de praktijk zelf ook een beetje te kunnen.”
Enthousiast
De makers proberen met het spel de streektalen in het Nederlandse taalgebied bekender te maken. “We willen mensen trekken die interesse hebben in taal, in principe van elke leeftijd”, zegt Sekeres. “En verder willen wij het stereotype over dialecten wegnemen. Je merkt vaak dat mensen die geïnteresseerd zijn in taal vaak sterke meningen hebben wat correct is of niet. Door het spel willen we ook laten inzien dat taalvariatie mooi is.”
Maureen Vogel, afkomstig uit Twente en bekend met het Nedersaksisch, ziet het spel helemaal zitten. “Ik vind dit een goed initiatief en zie het ook wel als iets dat nodig is tegenwoordig, aangezien streektalen dreigen uit te sterven. Ik wil het zelf ook spelen, want het lijkt me leuk om over andere streektalen te leren. Vooral omdat je dan ook de streektaal van vrienden leert.” Ook Tygo Beekman, woonachtig op de Veluwe, is enthousiast geworden over het spel. “Ja moi, wanneer doet wulle dat?” (“ja leuk, wanneer doen we dat?”).
