Noor en Heiko vertellen verhaal van kinderen uit aardbevingsgebied: “als je dit leest, weet je hoe kindjes met beschadigde huizen leven”

Scheuren in de muren, tijdelijke woningen en voetbaldoeltjes maken van de stutten tegen een huis. Het is geen vreemd beeld voor de kinderen die in het aardbevingsgebied van Groningen wonen. Kinderboekenschrijver Pierre Carrière schreef samen met illustrator Myriam Berenschot Noor en Heiko grijpen in!, een prentenboek voor de kinderen die in dit gebied leven.

Auteur: Kim Mulder

Kinderboekenschrijver Pierre Carrière werd afgelopen mei benaderd door het NCG, de uitvoeringsorganisatie van de versterkingswerkzaamheden in de provincie Groningen. Op kantoor was het besef ontstaan dat de organisatie te weinig aandacht had besteed aan de kinderen in het aardbevingsgebied. Ze meenden dat ze eigenlijk enkel in gesprek waren geweest met de ouders, vertelt Carrière. Daarom vroeg het NCG hem om een prentenboek te schrijven voor deze Groningse kinderen van twee tot zes jaar.

Carrière was direct enthousiast en nam contact op met Myriam Berenschot, een illustrator die hij via sociale media kende. “Ik vond altijd dat ze geweldige kinderboekenillustraties maakte, dus ik vond het wel héél leuk om een keer met haar te kunnen werken.” Samen met Berenschot bedacht Carrière het verhaal voor Noor en Heiko grijpen in!. “Dat is best uniek. Vaak gaat het zo in kinderboekenland dat een schrijver een verhaal bedenkt en dat schrijft. En vervolgens komt het dan bij een illustrator terecht”, legt Carrière uit.

In Noor en Heiko grijpen in! volgen we twee kinderen die in een Gronings dorpje in het aardbevingsgebied wonen: Noor en Heiko. De kinderen zijn buren en maken samen veel mee. Het huis van Noor is dusdanig beschadigd dat het afgebroken moet worden, waardoor Noor moet verhuizen naar een tijdelijke woning. Hier is alles gemeubileerd: de kamers mogen niet worden voorzien van een likje verf en er mag niks meegenomen worden. “Iets wat kinderen uit het versterkingsgebied zullen herkennen”, aldus Carrière. Het verplaatsen naar een tijdelijke woning is volgens Carrière dan ook een heftig proces: “Ze worden uit hun buurtje gerukt”.

“Ik zag wel meteen de uitdaging”, bekent Carrière. Hij vroeg zich af hoe het serieuze thema van de Groningse aardbevingsproblematiek verwerkt kon worden in een kinderboek. “Maar gelukkig waren het NCG en ik het al snel met elkaar eens”. Het boek moest niet een gezellige reclame worden, waarin de situatie wel meeviel. “Want, ja, dan gaan ouders het niet eens voorlezen. Die zeggen dan: wat is dit voor kul?”. Carrière bewonderde hoe kritisch het NCG zich opstelde: “Wij mochten echt wel de pijn raken”.

Maar hoe vind je de balans tussen de realiteit en een leuk kinderverhaal? Door te proberen en te proberen, vertelt Carrière. “Soms zit je op het verkeerde spoor en dan wordt het wat te zwaar. Maar soms denk je van, ja, we hebben nu heel veel zwaars eruit gehaald dan wordt het een te licht verhaal. Dat doet eigenlijk niet recht aan de ellende die de kinderen en ouders beleven.” Door met Berenschot samen veel na te denken en te praten, denkt Carrière een eindresultaat te hebben bereikt dat representatief is voor hoe de kinderen in aardbevingsgebieden zich voelen. “Als je in ogenschouw neemt dat het ook gewoon een leuk kinderboek moet zijn, dan denk ik dat we wel het maximale eruit hebben gehaald”.

Een verhaallijn in het boek is gebaseerd op onderzoek dat Carrière en Berenschot hebben verricht. Van het NCG hebben zij talloze bronnen aan informatie gekregen. Daarnaast hebben de schrijver en illustrator documentaires gekeken en gesprekken gehad met kinderen, gezinsbegeleiders en een kindercoach in het aardbevingsgebied. Hierdoor konden de schrijver en illustrator de last die de kinderen ervaren in kaart brengen.

Uit het onderzoek ontstonden twee prominente thema’s. Zo bleek dat kinderen niet alleen last hadden van de aardbeving zelf, maar ook van het feit dat hun ouders enorm druk zijn. Doordat de ouders constant bezig zijn met alle instanties die de schadeafhandeling doen, hebben ze minder tijd om met hun kinderen te spenderen. “Nou ja, dat gaat ten koste van die kinderen”, vindt Carrière. De kinderen in het boek noemen deze instanties ‘de mannen met mappen’. “Want het zijn vaak mannen met een map onder hun arm. Dat is natuurlijk het dossier.”

Daarnaast komen de ouders in een emotionele rollercoaster terecht, aldus Carrière. Door de afwisseling tussen goed en slecht nieuws, kunnen de emoties van de ouders continu veranderen. Volgens Carrière gaan de kinderen ongewild mee in deze rollercoaster: “Je kunt je voorstellen dat als ouders goed nieuws hebben gehad, dan in één keer van alles kan thuis. En als ouders slecht nieuws hebben gehad, dat de kinderen even stil moeten zijn. Dan moet papa weer een boze mail sturen, bij wijze van”. Hier hebben kinderen veel last van.

Carrière geeft toe dat hij nogal schrok tijdens het onderzoek: “Je staat er normaal niet zo bij stil”. “Jonge kinderen zijn nog creatief en flexibel, waardoor ze zich op elke plek kunnen vermaken”, legt Carrière uit. Wanneer je op straat loopt in het aardbevingsgebiedgebied zie je daarom vaak kinderen op bergen zand voor de bouw klimmen en spelen. “Dan denk je, nou het valt allemaal wel mee voor die kinderen.” Dit beeld veranderde echter toen Carrière aan de slag ging met het onderzoek. Tijdens het lezen van een rapport van de Nationale ombudsman besefte hij zich in één keer hoe heftig de situatie was. “Daar sta je eigenlijk, als je de diepte niet in gaat, niet bij stil.”

Carrière hoopt dat de kinderen uit het aardbevingsgebied zich zullen herkennen in Noor en Heiko. Hij meent dat deze kinderen snel denken dat zij de enige zijn die zoiets ervaren. “Uiteindelijk als je dan zo’n boek leest, dan denken de kinderen: ‘oh, Heiko werd ook een keer niet naar voetbal gebracht omdat er mannen met mappen op bezoek waren. Ik ben dus niet de enige’.” Ondanks deze herkenning is het boek niet enkel geschikt voor kinderen uit Groningen. Carrière hoopt dat door zijn boek kinderen leren waar andere kinderen in hun land mee te maken hebben. “Als je dit boekje leest als kindje in Maastricht of in Zwijndrecht, dan weet je een beetje hoe de kindjes in Groningen met beschadigde huizen leven”.

Hoewel dit Carrière’s eerste kinderboek over een maatschappelijk thema was, smaakt het volgens de schrijver zeker naar meer. “Mocht ik nog eens benaderd worden door een andere club om iets soortgelijks te doen, dan doe ik dat dolgraag.”

Made with Visme

Het aantal aardbevingen en magnitude in het Groningenveld door de jaren heen.

Geef een reactie