
Door: Lennart Wierda
Boswachters en experts zijn verdeeld over hoeveel de natuurherstelwet precies gaat bijdragen aan het herstel van de natuur in Nederland. In het verleden is de naleving van dergelijke milieuregelgeving al eens tekortgeschoten en het aankomend kabinet Schoof I zou mogelijk de prioriteit niet bij de natuur leggen. “Politici maken het onderwerp natuur zo politiek, alsof het links gehuil is”, zegt boswachter Jaap Kloosterhuis.
“Bramen, bramen en nog meer bramen”, verzuchtte boswachter Hanne Tersmette-Strijland toen zij uitkeek over een aantal braamstruiken. Toen zij vorige week dinsdag door een natuurgebied op de Utrechtse Heuvelrug liep waar zij regelmatig komt, stuitte zij keer op keer op deze plantensoort. Een paar honderd meter verderop zag Tersmette-Strijland beukenbomen staan, met schors dat was afgebladderd en dunne bladeren. “Je kon zo de zon door de takken van de bomen heen zien. Normaal hoor je dan niets te zien van de zon”, vertelt zij.
In dit gedeelte van Nederland was de grond lange tijd voedselarm, wat de groei van deze bramenstruiken remde en die van andere planten stimuleerde. Onder die omstandigheden deden bramen het nooit zo goed en bleven andere boom- en plantsoorten gezonder. Maar als gevolg van een toename in stikstof is de bodem nu voedselrijk, waardoor de natuur verandert. “Er is een soort stikstofdeken neergedaald, waardoor planten en bomen worden verdrongen door andere planten die zich goed kunnen aanpassen, zoals bramen en brandnetels”, geeft Tersmette-Strijland aan. De boswachter ziet hetzelfde gebeuren bij bepaalde vogelsoorten en insecten: “Je drijft gewoon soorten dieren weg. Ik hoop dat de nieuwe Europese regelgeving dat kan veranderen.”
Europese natuurwet
‘Die nieuwe Europese regelgeving’ verwijst naar de natuurherstelwet die maandagochtend definitief werd aangenomen door de lidstaten van de Europese Unie. Het doel van deze wet is om de natuurgebieden in Europa te beschermen en te herstellen, door op lidstaten een zogeheten inspanningsverplichting op te leggen. Dit verplicht landen om zich zo goed mogelijk in te zetten voor het herstel van bestaande natuurgebieden. De wet vraagt de nationale regeringen om over twee jaar een nationaal herstelplan voor te leggen, waarin staat hoe de natuur wordt hersteld, op welke termijn dat gaat gebeuren en voor welk bedrag. In 2030 moet in 30 procent van de natuurgebieden in slechte staat herstelmaatregelen worden genomen, in 2050 geldt dat voor 90 procent.
De Europese wet werd door milieuorganisaties als een mijlpaal onthaald. Milieudefensie sprak over ‘’een belangrijke stap” en was blij dat er ‘’eindelijk groen licht” was. Ook fractievoorzitter Frans Timmermans van GroenLinks-PvdA zei dat maandag “een mooie dag voor de natuur” was. Eurocommissaris Hoekstra wilde ondertussen “zoveel mogelijk vaart” maken om de natuur te herstellen. Tegelijkertijd heersen er bij de voorstanders zorgen over de uitvoering van de natuurherstelwet nu kabinet Schoof I aanstaande is: hoeveel effect gaat een Europese wet hebben terwijl een kabinet waarvoor milieu geen prioriteit is Nederland gaat leiden?
Naar Hongaars voorbeeld
Volgens Sander Kole, universitair hoofddocent omgevingsrecht aan de Open Universiteit en expert op het gebied van internationaal natuurbeschermingsrecht, kan het kabinet twee kanten op. “Je kan natuurlijk de Europese regelgeving volgen”, vertelt hij, “maar de regering kan er ook voor kiezen om de regels niet na te leven.” Kole trekt de vergelijking met een ander EU-land dat weleens de Europese Commissie dwarszit. “We kunnen weleens Hongarije achterna gaan. Die voeren bijvoorbeeld migratiebeleid niet goed uit. Als je niet naleeft, krijg je eerst een waarschuwing, en vervolgens na jaren van procederen een boete”, aldus de hoofddocent.
Op die manier kan een staat de uitvoering van Europese wet- en regelgeving een tijd lang uitstellen. “Alhoewel Hongarije laatst wel een boete van 200 miljoen ontving, zijn de bedragen van de meeste boetes ook niet altijd heel afschrikwekkend”, geeft Kole aan. “Dat stimuleert naleving dan ook niet echt.” En van uitstel zou zelfs afstel kunnen komen. Bij de toezicht op de naleving van Europese regels hangt namelijk veel af van de Europese Commissie. Een Europese Commissie kan de weerstand tegen milieuregels in verschillende landen zien en besluiten om niet al te streng toe te zien op de naleving ervan.
Sander Turnhout, gepromoveerd op het gebied van natuurmonitoring, verwacht weinig van het kabinet Schoof I. “Bij de Vogel- en Habitatrichtlijn uit 1992 bleven maatregelen en effectieve handhaving ook uit. Dat biedt weinig hoop voor de toekomst”, meent Turnhout. Uit een analyse van het Europese milieuagentschap bleek dat 81 procent van de beschermde Europese natuurgebieden zich in een beroerde staat bevinden. Nederland zit zelfs nog boven dit percentage, waarbij hier 91 procent van de gebieden in een slechte toestand verkeren.
In tegenstelling tot Turnhout, denkt Kole dat het nieuwe kabinet de Europese wetgeving wel snel gaat uitvoeren: “In het hoofdlijnenakkoord willen de politieke partijen allerlei zaken realiseren waarvoor zij de goedkeuring van Europa nodig hebben. Zoals een opt-out bij migratie. Dan moet je op andere vlakken wel je keurig aan de afspraken houden. Het is een soort geven en nemen, je moet wat krediet opbouwen.”
Naïeve hoop
Ondertussen vrezen boswachters voor een verdere achteruitgang van de natuur. Boswachter Jaap Kloosterhuis, die het natuurgebied Lauwersmeer onder beheer heeft, benadrukt: “Er moet meteen iets gebeuren. Hele ecosystemen zijn aan het veranderen. Insecten zoals bijen en andere dieren worden eigenlijk weggejaagd.” Kloosterhuis ziet het voornaamste obstakel voor een oplossing liggen bij de politiek. “Politici maken het onderwerp natuur zo politiek, alsof het links gehuil is. Natuur is niet links of rechts. We moeten gezamenlijk tot een oplossing komen”, betoogt hij.
Tersmette-Strijland is ietwat optimistischer gestemd: “Ik denk dat de natuurherstelwet een grote stap is. De politici moeten nu wel. Misschien is het naïeve hoop”, zegt zij lachend. De boswachter waarschuwt wel voor het geval dat er geen dringende maatregelen worden getroffen: “Over vijftien jaar zie je dan een heel eentonig beeld. Met name heel veel braamstruiken, nog meer dan nu.”
