
Auteur: Martijn van Nimwegen
Het klimaatactivisme neemt steeds extremere vormen aan. Afgelopen woensdag was Stonehenge het nieuwe doelwit en werd het besmeurd met oranje verf. Steeds vaker zijn monumenten, schilderijen en publieke evenementen het doelwit.
“De verf is biologisch afbreekbaar en gaat er met één regenbuitje af en in Engeland regent het heel vaak,” aldus Hannah Prins, klimaatactiviste. Afgelopen woensdag was het weer raak in Engeland. Klimaatactivisten van Just Stop Oil spoten met verf over het historische monument Stonehenge. De actievoerders eisen dat de nieuwe Britse regering meer gaat samenwerken met andere landen om ervoor te zorgen dat er in 2030 geen winning meer is van olie, gas en steenkool.
Steeds vaker zijn historische, openbare en culturele plekken het doelwit van activisten. Zo plakten in 2022 twee activisten zich vast aan het Meisje met de Parel in het Mauritshuis. Tijdens Wimbledon in 2023 wierpen demonstranten oranje verf op de baan. Afgelopen woensdag was Stonehenge het nieuwe mikpunt. Dit is slechts een kleine greep van de acties van de afgelopen jaren. De mate van extreme van deze acties neemt steeds meer toe, waardoor er steeds vaker kritiek komt. Werken deze acties juist niet averechts voor wat de activisten willen bereiken?
Geen schade
De oorzaak van deze steeds extremere manier van actievoeren zit erin dat ze op deze manier meer media-aandacht krijgen. Om deze media-aandacht vast te houden, moeten ze met nieuwe manieren van actievoeren blijven komen. “Soep op een schilderij gooien is niet nieuw meer. Daarom zullen er steeds nieuwe manieren worden gezocht om aandacht te krijgen,” aldus Prins.
Deze extremere vormen van demonstreren blijven niet zonder gevolgen. Er worden meer en meer vraagtekens geplaatst bij waarom activisten deze acties doen en waarom ze steeds vaker de “normale burgers” raken. Jelle Zijlstra van Greenpeace Nederland stelt vast dat deze acties niet per se te ver gaan. “Je kan het ook omdraaien: hoeveel doden moeten er vallen vanwege de hitte zoals nu bij de Hadj in Saudi-Arabië en hoeveel overstromingen moeten er nog komen voordat er daadwerkelijk actie wordt ondernomen? Dan valt soep tegen een schilderij achter glas ook weer mee.”
Dit betekent niet dat activisten zomaar alles zonder grenzen kunnen doen. “De grens ligt echt bij geweld tegen mensen of dieren,” aldus Prins. “Een hek open maken om met z’n allen een vliegveld te bezetten moet kunnen,” volgens Zijlstra. Daarnaast stelt Zijlstra ook dat de grenzen van activisten niet de enige moeten zijn waarnaar moet worden gekeken. “Onze overheden weten ook al 30 jaar dat klimaatverandering gebeurt en doen daar ook te weinig aan. Zij respecteren de grenzen van het klimaat daarin ook niet.”
Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht, plaatst vraagtekens bij deze acties. “Een Stonehenge of de Mona Lisa: wat heeft dat nou te maken de fossiele industrie? Verdraaid weinig. De activisten zoeken dingen uit als doelwit die de elite, die volgens hen te weinig doen aan de klimaatcrisis, mooi vinden. Ze willen zorgen voor opschudding en de mensen shockeren. Daarom richten ze zich vanuit de psychologie op dat soort doelen.”
Steun
Ondanks de toenemende intensiteit van de acties neemt de steun voor het klimaatbeleid steeds meer toe. Uit cijfers van Our world in data blijkt dat steeds meer mensen denken dat hun nationale overheid meer moet doen tegen de opwarming van de aarde. Wereldwijd is alleen in Mozambique met 69 procent, Zimbabwe met 68 procent en Finland met 62 procent de steun hiervoor lager dan 70 procent.
Deze ruime steun voor meer actie vanuit overheden komt volgens Peter Kodde, activismedeskundige, onder andere door de acties van Just Stop Oil. “Door de extremere groeperingen komt er meer aandacht voor klimaatverandering. Mensen zijn het vaak eens met de boodschap, maar niet met de werkwijze.” Hierdoor gaan mensen dus wel de missie van iets doen aan klimaatverandering steunen, alleen niet de extremere groeperingen. Daardoor wordt dus wel uiteindelijk het doel bereikt. Volgens Kodde betekent dit niet dat zulke groepen alles kunnen doen wat ze willen: “Er zijn ook voorbeelden van groepen die te extreem zijn, waardoor ze uit elkaar vallen.”
Van den Bos plaatst vraagtekens bij deze acties. “Wat ik wel opvallend vind, is dat bij dit soort acties het heel erg illegaal is, maar het een beetje wordt gelegitimeerd. De activisten zeggen dat wat ze doen misschien wel erg is, maar niet in verhouding staat tot de ernst van de klimaatcrisis.” Deze acties gaan nu goed, maar door de toenemende extremiteit is er steeds meer kans op onherstelbare schade. “Nu is er oranje stof gebruikt die vrij snel weggaat, maar straks zit er bij het soepgooien een barst in het glas waardoor een schilderij onherstelbaar beschadigd raakt,” aldus van den Bos.
De acties van Just Stop Oil bereiken wel het gewenste effect. Van den Bos stelt vast dat de retoriek van de activisten weliswaar een gevaar kan vormen, doordat de acties een trend hebben waarin de mate van extremiteit toeneemt. “Als jij denkt: ik heb hier goed over nagedacht en ik sta in mijn morele gelijk om hier wat aan te doen. Wat de regel- en wetgeving daarover zegt, maakt jou in dat geval niet uit. Dan claim je je eigen morele gelijk. Wanneer stop je dan?”
