Door: Lotte Koot
Het Europees Kampioenschap Korfbal is in volle gang. Na twee klinkende overwinningen ziet het er rooskleurig uit voor het Nederlands team. Dit is niet voor het eerst. Sinds de allereerste Europees- en Wereld Kampioenschappen miste Nederland niet één finale.
Ran Faber (23), speler van korfbalclub LDODK en het Nederlands team, zit relaxed op zijn hotelkamer in Spanje. De komende dagen draaien om het behalen van de Europese titel. Hij hoeft zich deze week even niet druk te maken over zijn studie of werk: “Korfbal is mijn baan”.
Na iedere deelname aan een Europees- of Wereld Kampioenschap ging het Nederlands team met een medaille naar huis: het won één keer zilver en verder alleen maar goud. Dit niveauverschil met de rest van de wereld komt niet als een verrassing. Nederland is al jaren bezig met het professionaliseren van de korfbalsport. Het doel? De beste van de wereld blijven.
TeamNL verwacht veel van de Nederlandse topkorfballers. Zo worden ze tijdens het seizoen standaard een dag in de week voor een training verwacht op sportcomplex Papendal, naast hun clubactiviteiten. In aanloop naar grote toernooien kan dit oplopen tot vier dagen per week. Hierdoor hebben spelers weinig tijd voor een regulier beroep, maar dit is volgens Faber ook hoe het hoort. “Hoe mooi zou het zijn als we nog meer dagen in de week met korfbal bezig kunnen zijn.”
Spelers van TeamNL hebben recht op een financiële vergoeding, mochten zij niet rondkomen van andere contracten – zoals vaak het geval is binnen de korfbalsport. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt. Korfballers hebben net zo goed recht op deze vergoeding als bijvoorbeeld topvoetballers of -tennissers. Faber komt dus rond van zijn sport.
Deze professionele aanpak is er niet altijd geweest, vertelt Cees Reitsma. Reitsma is topsportcoördinator aan de Rijksuniversiteit Groningen en begeleidt topsporters als Faber in de combinatie tussen sport en studie. De zogenoemde ‘A-status’ is cruciaal in het faciliteren hiervan. “Korfbal had niet de naam van heel veel trainen, dus wilde men de A-status handhaven, dan moest er wel wat gebeuren”, aldus Reitsma.
In tegenstelling tot bij vele andere sporten, is een finaleplaats op de grote toernooien een must om de topsportstatus te behouden. Hiernaast moet TeamNL bijvoorbeeld zorgen voor voldoende trainingsuren, vandaar de wekelijkse training op Papendal.
Toch valt er nog veel winst te behalen. In de Korfbal League, de hoogste korfbaldivisie van Nederland, hebben veel ploegen rekening te houden met andere verplichtingen van hun spelers. Lang niet alle korfballers kennen de luxe van Faber, die zich meerdere dagen in de week alleen met korfbal bezig kan houden.
Faber’s club LDODK is hierin vooruitstrevend. Trainer Jan Niebeek (54) heeft nieuwe trainingstijden ingevoerd: ze trainen nu ’s middags in plaats van ’s avonds. Dit dwingt spelers ertoe om hun dagelijks leven in het teken te zetten van hun sport, iets wat nieuw is voor veel spelers.
“Dat betekent dus dat spelers gedwongen worden een keuze te maken voor hun sport”, zegt Niebeek. Bovendien zorgt het voor een betere arbeid-rust verhouding, nu de spelers ’s avonds kunnen rusten. Dit beaamt Faber: “Ik merk wel echt verschil, geen zware benen op bed ’s avonds is wel echt fijn”.
Naast zijn carrière als fulltime korfballer, is Faber bezig met zijn master Econometrics, Operations Research and Actuarial Science aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vanuit zijn studie wordt er grotendeels met hem meegedacht, zo mocht hij vorig seizoen een herkansing maken vanuit Turkije vanwege een trainingsstage. “Ik had vandaag eigenlijk ook een tentamen moeten maken”, zegt Faber.
Het vraagt wel wat van de sporter. Volgens Reitsma is het zo dat studenten met een goede instelling meer voor elkaar krijgen. “Als je nooit een planning doorstuurt en je komt twee weken van tevoren aankakken met een verzoek, wordt dat niet gewaardeerd.”
Afgelopen WK werd Faber nog gekroond tot beste speler van het toernooi. Of hij het toen geen groot contrast vond om de week daarna weer anoniem door de universiteitsgangen te lopen? “Nee, dat vind ik juist lekker”. Faber benadrukt dat hij het graag druk heeft met zijn studie buiten het korfballen om.
Het professionaliseren van korfbal vraagt buiten de trainingen om veel van de sporter zelf. Toch blijft de verschuiving naar een professioneler korfbalklimaat essentieel volgens Faber. “Dat is wel de reden dat wij toonaangevend zijn op wereldniveau.”
