Door: Hesse Woertink
Premier Dick Schoof heeft zich voorgenomen niet meer te reageren op Twitterberichten. Het contrast kan bijna niet groter zijn met de provincie Groningen. Hier zorgt een tweet van BBB-voorman Gouke Moes voor veel ophef. Het platform X (bij veel mensen nog altijd bekend als Twitter) is duidelijk een belangrijke speler geworden in het politiek speelveld, zowel landelijk als regionaal. Maar hoe bewust gaan provinciale politici om met dit medium?
“Ik ken de tweet inmiddels uit mijn hoofd,” vertelt Gouke Moes, fractievoorzitter van de BoerBurgerBeweging (BBB) in de provincie Groningen. Onder een bericht van de Telegraaf over een regenboogzebrapad dat was beklad met hakenkruizen reageerde hij: “Zo werkt polarisatie. Jammer, van beide kanten jammer.” “Vervolgens ben ik echt in mum van tijd verkeerd uitgelegd.”
De reactie die de fractievoorzitter van de BBB op 1 september plaatste bij het bericht van de Telegraaf heeft behoorlijk wat stof doen opwaaien binnen de Provinciale Staten van Groningen. Zo werd er een dag later door acht partijen een statement naar buiten gebracht waarin afstand werd genomen van de woorden van Moes.
Daarnaast wordt de ‘zebrapad-tweet’ omschreven als een onderliggend spanningspunt dat heeft bijgedragen aan het klappen van de coalitie tussen BBB, PvdA, ChristenUnie en Groninger Belang op 25 september. Dit werd vorige week tijdens een informatiebijeenkomst over het uiteenvallen van de coalitie verteld door verkenner Peter den Oudsten. Verschillende partijen zouden bij hem hun ongenoegen hebben uitgesproken over ‘onhandige uitingen’ op sociale media. “Overal begon men over het zebrapad,” aldus den Oudsten.
Het moge duidelijk zijn: Twitter is niet alleen in de landelijke politiek, maar ook in de provinciale politiek een belangrijke speler geworden. De worsteling die het kabinet onder leiding van Dick Schoof heeft met dit medium, is ook duidelijk terug te zien in de haat-liefdeverhouding die provinciale politici met Twitter hebben. Waar de één het medium volledig omarmt, is de ander juist terughoudender.
Zo ziet Moes Twitter nog altijd als een interessant medium, ondanks de negativiteit die op hem afkwam na zijn inmiddels beruchte tweet. Hij gebruikt het vooral voor een snelle nieuwsvoorziening. “Ik zit niet op Twitter om iemand te bereiken.” Sterker nog, Moes is ervan overtuigd dat zijn online gedrag niet beïnvloed wordt door zijn volgers. “Als ik geen volgers had, dan zou ik waarschijnlijk exact hetzelfde doen op Twitter als nu.”
Volgens Moes wordt Twitter pas riskant op het moment dat mensen zelf invulling geven aan de betekenis van geplaatste berichten. “Het gaat mij veel meer om de intentie van de zender.” Het steekt hem dan ook dat slechts één van de acht partijen die het statement tegen hem hebben ondertekend, contact met hem heeft gezocht om verduidelijking te vragen. “Ik heb geen kwade intenties en ik ben bereid om met iedereen in gesprek te gaan over mijn uitlatingen.”
Ook andere provinciale partijen merken dat Twitter makkelijk een vertekend beeld oplevert. In tegenstelling tot Moes kiezen zij voor de strategie ‘beter voorkomen dan genezen’.
Nadja Siersema-Orsel, fractievoorzitter van GroenLinks in de provincie Groningen, legt uit dat haar partij ontzettend voorzichtig is met online berichten. “Er zijn genoeg dingen die ik bewust niet op Twitter plaats.” Ze beschrijft hoe er binnen haar partij altijd wel kort overleg is over wat er naar buiten wordt gebracht. “Het gebeurt regelmatig dat je een bericht zelf toch net even anders leest dan iemand van buitenaf.”
Andere regionale politici gaan verder en kiezen ervoor om helemaal geen gebruik te maken van Twitter. Fredric Geijtenbeek, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de provincie Groningen, heeft bijvoorbeeld zelf geen Twitter. Hij heeft vooral moeite met het feit dat politici op Twitter allemaal dingen kunnen roepen die ze nooit in de Statenzaal zouden zeggen. “Ik vraag mezelf dan altijd af wie nou de echte persoon is. Door Twitter kunnen mensen erg gemakkelijk twee identiteiten aannemen.”
Ook Erik Jan Bennema, de fractievoorzitter van de VVD in de provincie Groningen, geeft aan niet op Twitter te zitten. “Ik ben niet echt gecharmeerd van Twitter,” aldus Bennema. “Sociale media, zoals Twitter, zijn zo opgezet dat de opwinding moet overheersen. De berichtgeving bestaat daarom vooral uit soundbites en korte klappen.” Hij is dan ook bang dat mensen hierdoor niet langer in staat zijn het grote plaatje te zien. “Twitter kan daardoor enorm bijdragen aan de polarisatie.”
Ondanks de verschillende visies op het gebruik van Twitter als politicus, zijn de fractievoorzitters van al deze partijen het er wel over eens dat het echte debat in de Statenzaal moet plaatsvinden. “Ik voer mijn debat het liefst in de zaal, face to face,” aldus Bennema. Dit wordt ook door Moes benadrukt: “Voor mij is het debat wat in de Statenzaal gevoerd wordt het belangrijkst. De rest is allemaal bijzaak.”
