Door: Talita van den Berg
Vanaf april mogen Groningse coffeeshops alleen nog maar legaal geteelde cannabis inkopen en verkopen. Coffeeshopmedewerkers en klanten zijn over het algemeen positief over de ‘staatswiet’. “Het is zuiverder, en je weet dat het is gecontroleerd. Dat is fijn.”
De 24-jarige Bob Kesselaar staat de komst van een transportbus op te wachten. Hij werkt bij coffeeshop Reykjavik in Groningen en houdt zich onder andere bezig met de levering van wiet. Dat gaat sinds een paar maanden niet meer via de achterdeur, maar gewoon via de voorkant van de winkel. “Heel burgerlijk, zoals een normaal bedrijf” zegt Kesselaar terwijl hij de poort openmaakt voor de bus. “Het zouden ook schoenen kunnen zijn die in deze bus zitten,” vult zijn collega aan.
Coffeeshop Reykjavik is onderdeel van het experiment gesloten coffeeshopketen, in de volksmond ook wel ‘wietexperiment’ of ‘wietproef’. Met dit experiment wil de Nederlandse overheid onderzoeken of het mogelijk is om de productie, distributie en verkoop van cannabis volledig te reguleren. Cannabis wordt dan legaal geteeld door kwekers en ingekocht door coffeeshops. De kwaliteit van de producten wordt daarbij gecontroleerd. Uit het experiment moet blijken of dit nieuwe systeem beter werkt dan het gedoogbeleid dat sinds 1976 geldt, waarbij coffeeshops officieel geen wiet mogen inkopen, maar wel verkopen.
De wietproef wordt uitgevoerd in tien gemeenten, waaronder Groningen. De coffeeshops bevinden zich momenteel in de overgangsfase, waarbij er zowel illegale wiet als door de overheid gecontroleerde wiet verkocht wordt. Het is de bedoeling dat de shops hun eigen voorraad opmaken. In april begint een nieuwe fase. Vanaf dan mogen alle coffeeshops in de deelnemende gemeenten alleen nog maar legaal geteelde cannabis verkopen. Het experiment moet uiteindelijk uitwijzen wat voor effect gelegaliseerde teelt heeft op criminaliteit, veiligheid en volksgezondheid.

Alhoewel de nieuwe fase pas over twee maanden begint, wordt er bij Reykjavik nu al bijna alleen maar ‘staatswiet’ verkocht. “Alle lekkere soorten gedoogde wiet zijn inmiddels op,” vertelt Kesselaar. Hij verwacht dat het beetje eigen wiet dat er nu nog beschikbaar is over een week ook weg zal zijn. De legale wiet komt nu nog van twee kwekers, maar vanaf april komen er kwekers bij en stopt hun eigen leverancier. Dan wordt alle wiet geleverd aan de voordeur en niet meer ‘via de achterdeur’.
De legalisering van de teelt zorgt ervoor dat de zeven Groningse shops straks uit hetzelfde aanbod moeten kiezen. Kesselaar verwacht dat shops dan ook meer op elkaar gaan lijken. Toch maken hij en zijn collega’s zich geen zorgen om hun klanten. Het gaat volgens Kesselaar maar om een handjevol klanten dat afhaakt en straks niet meer naar de coffeeshop komt. Dat gaat om “de oude garde die niks wil weten van de overheid,” aldus Kesselaar. Ruim driekwart van de klanten is vaste klant en positief over het door de overheid gecontroleerde wiet.
Dat merken ze ook bij coffeeshop De Vliegende Hollander. Bij het zusterbedrijf van Reykjavik wordt bijna alleen maar legale wiet verkocht en zijn ze van plan om in maart alvast volledig over te gaan naar staatswiet. De populariteit is volgens medewerker Anthony Soekhoe (20) te danken aan de goede kwaliteit en de goedkopere prijs van legaal geteelde wiet. “Het product is dubbel gecheckt en er wordt beter voor gezorgd,” legt hij uit. De overheid controleert bijvoorbeeld op pesticiden en het product is schoner van giftige stoffen.
Karlijn Brouwer (36) staat in de rij bij de Vliegende Hollander. Ze is naar eigen zeggen heel positief over de ‘overheidswiet’. “Het is zuiverder, en je weet dat het is gecontroleerd. Dat is fijn.” Ook Mats Offringa (25) bevalt het door de overheid gereguleerde wiet goed. Ondanks dat hij straks minder keus heeft, gaat hij het oude assortiment niet missen. “Het is goed verbouwd en er zit geen rotzooi in.”
De 29-jarige Dewi (wil niet met achternaam genoemd worden) van coffeeshop Retro ziet ook positieve reacties bij zijn klanten. Hij ziet meer mensen op een dag in de shop, die tevens grotere hoeveelheden kopen dan voorheen. Ook de andere coffeeshopmedewerkers zien hun klanten vaker. Bij de Vliegende Hollander komen bijvoorbeeld dezelfde klanten vaker terug, omdat de staatswiet hen zo goed bevalt. Volgens Dewi heeft dat ook met andere factoren te maken: in het afgelopen jaar zijn drie Groningse coffeeshops gestopt. Bij twee daarvan was dat omdat hun vergunning werd afgenomen door de gemeente. Hun klanten gaan nu naar andere shops.
Waar de andere coffeeshops positieve verwachtingen hebben voor april, is Dewi nog kritisch over de volgende fase van het wietexperiment. Volgens hem is het legale aanbod nog niet altijd toereikend en is het nog afwachten of er straks genoeg legale producten zijn. Ook is hij geen fan van het nieuwe systeem dat komt kijken bij het inkopen en verkopen van legale cannabis. De producten moeten bijvoorbeeld allemaal een sticker krijgen en worden bijgehouden met een track en trace systeem. Dewi ervaart echter nog problemen met track en trace codes die niet goed werken.
Kesselaar daarentegen is juist wel enthousiast over het nieuwe systeem: “Ik vind het leuk, want het is meer werk.” Zijn werkzaamheden bestaan nu uit bestellingen ontvangen, producten stickeren, het assortiment bijhouden en aanvullen. “Het is iets meer een serieuze baan.”
