Gaza lijdt onder hulpblokkade tijdens ramadan. “Laat je alsjeblieft niet misleiden door de scènes van een gezellige iftar tussen het puin.”

Door Tiemen Bosma

De ramadan, normaal o zo feestelijk, is dit jaar voor de mensen in Gaza moeilijker dan ooit. Het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas is alweer beëindigd en hulpgoederen komen al meer dan een week niet meer Gaza binnen. Vijf Gazanen vertellen over hun ervaringen.

Ze gaan door, stap voor stap. Even rust pakken is er niet bij. Duizenden mensen stappen door en door over de kilometerslange Al Rashidstraat. Deze weg, parallel aan de aangrenzende Middellandse Zee, is vandaag eenrichtingsverkeer. Mensen ploeteren met hun fietsen, als pakezels beladen, stoïcijns vooruit. Kinderen tillen zware tassen boven hun hoofd, een oudere vrouw wordt in een rolstoel naar voren geduwd.

Tussen al deze mensen laat de camera van Moayeds (24) telefoon een brede glimlach op zijn gezicht zien terwijl hij met de stoet meeloopt. Tijdens de urenlange reis filmt hij zichzelf en de mensen om zich heen. Inmiddels omringen de kapotgeschoten huizen van Gaza-stad hem nu. Een rugzakje met een paar spullen is alles wat hij bij zich heeft.

Het maakt hem niets uit. Vandaag is de dag waar hij al anderhalf jaar op wacht. Het Israëlische leger is vertrokken uit de Netzarim-corridor, waardoor hij terug kan naar huis. Na vijftien maanden in tentenkampen en een school te hebben geleefd, kan hij niet wachten. Toch is hij gespannen. Is zijn huis er nog wel? En in welke staat? En kan hij daar weer een leven opbouwen?

Sinds Israël de Netzarim-corridor in het midden van de Gazastrook opende op 27 januari, zijn er volgens de Verenigde Naties al meer dan 200.000 Gazanen vanuit het zuiden teruggekeerd naar het Noorden van de Gazastrook, in de hoop terug te gaan naar hun huizen in Gaza-stad of Deir el Balah.

De terugtrekking van Israël uit de corridor was een van de afspraken die Hamas en Israël maakten in het bestand dat inging op 19 januari. De eerste fase hiervan zorgde voor een staakt-het-vuren en een uitruil van gevangenen/gegijzelde. Ook zou Israël 600 trucks met hulpgoederen per dag binnenlaten in Gaza.

Op zondag 2 maart heeft Israël een acute stop aangekondigd voor humanitaire hulp naar Gaza, en heeft ze bombardementen op verschillende plekken in Gaza hervat. Hiermee is het staakt-het-vuren beëindigd. De verslaggever sprak vijf Gazanen over hoe de situatie nu voor hen is.

Terugkeer
Niks is meer over van wat de wijk Shejaiya, in het oosten van de stad Gaza, ooit was. Het is een dystopische woestijn van puin en ruïne geworden, en je moet zoeken naar gebouwen die nog wel enigszins recht overeind staan. Moayed sjokt door de straten waar hij ooit vrolijk doorheen liep. Geschokt kijkt hij om zich heen.

Moayed op het dak van zijn huis. (Bron: Moayed Harazeen)


Is dit echt zijn buurt? Daar waar hij opgroeide? Hij komt aan bij zijn huis, en wat hij daar ziet choqueert hem misschien nog wel meer: zijn huis staat er nog. Als enige van het hele buurtje staat het huis van zijn familie nog overeind. De ramen zijn eruit, sommige muren kapot. Binnen is alles een grote puinhoop. Maar hij staat er nog. Hij verzucht: “wat een zegen dat je een huis hebt dat je kan beschermen tegen de kou en de regen.”

Middelbareschoolleerling Raghad Al-Ajrami (17) is het hier niet helemaal mee eens. Haar huis in Rafah is verwoest door een bombardement, dus leeft ze in het huis van haar tante, in Khan Younis. In één kamer zit ze opgepropt met zes familieleden. Ook deze muren en ramen zijn kapot. “Mensen zeggen wel eens, wat fijn dat je niet in een tent woont. Nou, misschien was een tent wel beter geweest. Die is tenminste afgesloten. De kou komt hier overal naar binnen.”

Op de achtergrond is het luide gezoem van een zanana te horen, een drone die Israël gebruikt om mensen in de gaten te houden en soms zelfs aan te vallen. Staakt-het-vuren of niet, deze drones blijven ongestoord in de lucht hangen. “Negentig procent van de tijd horen we dit.”

Staakt-het-vuren of niet?
In het zuiden van de Gazastrook valt Israël, ook tijdens het staakt-het-vuren, dagelijks de Gazastrook binnen. Raghad kent mensen uit Khan Younis die tijdens het staakt-het-vuren naar Rafah zijn gegaan om hun huis te bezoeken. “Die zijn toen neergeschoten, gewoon omdat ze hun huis wilden zien. Wat hebben ze misdaan? Het zou toch een staakt-het-vuren zijn?”

Sali Mohammed (21) zit momenteel in Rafah, op tweehonderd meter afstand van de Egyptische grens. In de Philadelphia-corridor, tussen Gaza en Egypte, zitten Israëlische soldaten.  

Als de studente Engels op 4 maart buiten de suhoormaaltijd (de maaltijd die voor zonsopgang wordt gegeten waarna het vasten begint) aan het klaarmaken is, beginnen deze soldaten plotseling op haar te schieten.

De willekeur van momenten die het leger kiest om aan te vallen is zenuwslopend. “Op elk moment kan er iets gebombardeerd worden. Ik blijf zelf vaak de hele nacht wakker, zodat – moge God het verhinderen – ik meteen weg kan als er iets gebeurt.”

Het huis tegenover de tent van Sali. (Bron: Sali Mohammed)

Werk aan de winkel
In Gaza-stad is het wat rustiger. Moayed is inmiddels begonnen met het schoonmaken van zijn huis. De enorme hoeveelheid puin door de verwoesting die zijn huis heeft getroffen is ontmoedigend. “Ik dacht bij mezelf: hoe moet ik in hemelsnaam al dit puin weghalen? Maar ja, in de oorlog leert men.” En dus beginnen hij en zijn broer Mahmoud het huis, beetje bij beetje, weer bewoonbaar te maken.

Ze vegen het puin weg en stoffen meubels af. Kapotte inboedel wordt weggegooid, of geprobeerd te repareren. Ramen worden dichtgetapet om te voorkomen dat meer stof binnenkomt. Het aanrecht is vernield, en dus bouwt Moayed met zijn broer een provisorisch aanrecht. “Dit is tijdelijk, en niet met nieuwe materialen ofzo, hè. We repareren hier de verwoesting en de bezetting.”

Het ontwerp van het nieuwe aanrecht. (Bron: Moayed Harazeen)
‘Before/After’ van Moayeds aanrecht. (Bron: Moayed Harazeen)

Hulpgoederen
Het noorden van de Gazastrook was lange tijd moeilijk te bevoorraden, omdat hulpmiddelen vanuit het zuiden, vanuit Egypte moesten komen. Raed Ali Shada (39) uit Gaza-stad had hier dagelijks last van: “Als vader van drie kinderen heb ik tijdens de oorlog de moeilijke taak om mijn kinderen te eten te geven. Het wordt moeilijker en moeilijker.”  

Vooral simpele goederen zoals meel waren haast onverkrijgbaar de afgelopen zes maanden. “Meel was doordrenkt met bloed, als je begrijpt wat ik bedoel. We vochten erom.” Ook Sali heeft dit meegemaakt: “we hebben af en toe te maken met ‘burgeroorlogjes’. Mensen zijn wanhopig.”

Met het openen van grensovergangen voor humanitaire hulp was er tijdens het staakt-het-vuren een tijd lang meer eten beschikbaar. Sali: “Toen de hulpmiddelen weer binnenkwamen, kon je een kilo uien voor vier of vijf sjekel kopen (€1-1,30).” Na de blokkade van humanitaire hulp op 2 maart is dit vier keer zo duur geworden, onbetaalbaar. Voedsel zoals bonen uit blik is het enige dat nu nog betaalbaar is voor de meesten.

Een nog groter probleem is de beschikbaarheid van water. Sali zucht uit: “hier in Rafah kunnen we mensen niet genoeg water geven. Mensen drinken zelfs zout water. En zelfs dat is er niet eens genoeg!”

Het leven laten zien
Ondertussen gaat Moayed door met wat hij was begonnen in een tentenkamp in Rafah: filmen. Hier ontdekte hij dat mensen het leuk vinden om te zien hoe het leven als vluchteling is. Op Instagram liet hij zijn volgers zien – inmiddels al meer dan 194.000  – hoe hij zijn dag doorbracht, wat hij at, en hoe hij ging slapen.

Niet meer dan logisch dus dat hij dit voortzet als hij weer thuis is. De jonge videomaker maakt een serie van elf video’s, waarin hij elke dag de vorderingen laat zien die zijn broer en hij maken in het huis. De eerste video van de serie werd binnen vierentwintig uur meer dan een miljoen keer bekeken. “Naast het verzamelen van donaties was mijn doel met het filmen om te laten zien dat je ons hier niet weg kunt slaan. Dit is ons land, we hebben het lief.”

Niet iedereen ziet dit zo. Ruba al-Hams (19) komt uit Khan Younis, maar woont momenteel met negen gezinsleden in een tent in Rafah. Haar huis is verwoest. “Voor de oorlog wilde niemand hier weg. Maar nu, als het nodig is, gaan we allemaal weg.”

Volgens Ruba is het plan van Israël, om de Gazanen weg te krijgen van hun thuis, gelukt. “Dat was het plan al sinds 1948. Er is niemand die niets is verloren in Gaza. Degene die geen zoon, familielid of geliefde is verloren, is wel zijn huis verloren.”

Ramadan
Een week voor het uitbreken van de ramadan is Moayed klaar met de schoonmaak van zijn huis. Op filmpjes laat hij ‘before/after’ zien van meerdere kamers. Het huis is weer eniszins bewoonbaar, net op tijd voor de vastenmaand.

Before/After’ van Moayeds kamer. (Bron: Moayed Harazeen)

De ramadan is normaliter een feestelijke maand vol gezelligheid en lekker eten. Maar niet deze maand. “Laat je alsjeblieft niet misleiden door de scènes van een gezellige iftar tussen het puin,” zegt Moayed. “De realiteit van de ramadan is echt heel pijnlijk en moeilijk. Ik snap niet waarom sommigen proberen het beter te laten lijken.”

Dit gevoel wordt zo goed als unaniem gedeeld door de mensen in Gaza. Ruba zegt: “Eigenlijk wilde niemand dat ramadan zou komen. Normaal voelen we ons tijdens ramadan gesterkt door elkaar. Daar is nu niks van over.”

Raghad is het met haar eens: “De ramadan is dit jaar geen ramadan.” Het meisje valt even stil. Met tranen in haar ogen gaat ze door. “Ik mis de mensen die er vroeger wel waren.”

Vlees, normaal onmisbaar tijdens de ramadan is voor haar familie een onmogelijke luxe geworden. Maar wat ze misschien nog wel erger vindt is dat tijdens het staakt-het-vuren opeens lekkernijen als chips en chocolade binnenkwamen. “Alsof ze ons daarbuiten uitlachen. Ik snap niet waarom ze dát wel toelaten, terwijl we nog zoveel basisdingen missen, zoals olie en meel.”

Toekomstverwachtingen
Wat duidelijk naar voren komt in gesprekken met de Gazanen is dat niemand veel verwachtte van het staakt-het-vuren. Dat Israël in Rafah gewoon door bleek te gaan met invallen, zagen de meeste al aankomen. Raghad: “we lachen er hier om hoe absurd het eigenlijk is. Maar de situatie is hier zay ezzift, gewoon shit.”

“De omstandigheden zijn beangstigend. Elke dag verwachten we dat de oorlog weer terugkeert,” zegt Raed. Om die angst niet de vrije loop te laten, organiseert de gymleraar spelletjes voor kinderen. “Zo kunnen zij nog een beetje plezier hebben.”

Dit soort activiteiten worden over de hele Gazastrook georganiseerd. Sali is bijvoorbeeld verantwoordelijke voor amusementsteam ‘Al Amal’ (De Hoop), dat samen met kinderen muziek maakt en danst. Veel van deze kinderen zijn wezen, volgens Sali. “We begonnen in Rafah maar ons project heeft zich nu verspreid over heel Gaza.”

Koffie
De rest probeert ook slechts het beste van de situatie te maken. Maar Ruba vertelt dat zelfs het plaatsen van een foto op Instagram waarop een kopje koffie te zien is, al op haatreacties kan rekenen. “Mensen zien dat en zeggen: ‘oh, kijk, jullie leven gewoon. Niks aan de hand.’ Ik weet niet wat ik hierop moet reageren. Mensen begrijpen echt niet hoe het is om hier te zijn.”

Moayed, zittend op het dak van zijn huis, laat nog eens zijn uitzicht zien aan de verslaggever. “Zie je dat? Die verwoesting?” De videomaker is het helemaal eens met Ruba. Met een verdrietige glimlach vertelt hij: “Mensen feliciteren me met dat ik mijn huis aan het herbouwen ben. Maar dat is niet zo. Alles wat ik doe is tijdelijk. Want de toekomst is onzeker. Komt de oorlog terug? Worden we weer verplaatst?”

Moayed is niet van plan snel te stoppen met video’s maken. “Ik blijf gewoon filmen, om op een leuke manier mensen te laten zien wat wij meemaken.” Even is het stil. “Maar om eerlijk te zijn? Als ik zeg dat ik blij ben, dan zou ik liegen. Ik ben niet blij. Het lijden hier gaat nog steeds door.”

Geef een reactie