Nederlanders in Israël: “Het is al anderhalf jaar oorlog, maar dit is anders”

Door: Talita van den Berg

Sinds vrijdag worden er raketten over en weer afgevuurd tussen Israël en Iran. Drie Nederlanders in Israël vertellen hoe ze met deze situatie omgaan.

Sinds vrijdag zijn in Israël de scholen dicht, evenals bepaalde instanties en winkels. Alleen het broodnodige is nog open en veel mensen werken niet of vanuit huis. Zo ook Erik Kramer (45). Hij is getrouwd met een Israëlische vrouw en woont met zijn gezin sinds 2013 in Israël. Zijn vrouw werkt in de koeienstal op hun kibboets, gelegen in centraal Israël, ongeveer een half uur ten zuiden van Tel Aviv. Omdat de dieren medische zorg nodig hebben, gaat haar werk wel gewoon door. Kramer heeft een houtbedrijf en werkt niet, zodat hij bij de kinderen kan blijven. Dat wordt ook duidelijk tijdens het telefoongesprek, dat meerdere keren onderbroken wordt omdat hij zijn ruziënde kinderen moet toespreken. “De oorlog is mee naar huis genomen”, grapt hij.

Afgelopen vrijdag begon Israël met grootschalige luchtaanvallen op de legerleiding en nucleaire doelwitten in Iran. Sindsdien worden er over en weer raketten afgevuurd. Israël wil de ontwikkeling van kernwapens in Iran vertragen met de aanvallen. Er zijn in Iran zeker honderden slachtoffers gevallen, waaronder hooggeplaatste militairen, wetenschappers en burgers. In Israël heeft het luchtafweersysteem Iron Dome niet alle raketten uit Iran af weten te houden. De raketten die het schild doorbreken, veroorzaken grote schade en enkele tientallen slachtoffers.

“We maken ons zorgen, maar we gaan gewoon door”

Kramer vertelt dat er momenteel dagelijks raketten vanuit Iran worden afgevuurd. Voordat het luchtalarm afgaat krijgt hij een melding op zijn telefoon. Dan heeft hij tien minuten om naar een schuilkelder te gaan. Zoals de meeste nieuwe huizen in Israël heeft Kramer een versterkte kamer in huis. “Die is twee weken geleden opgeleverd, precies op tijd”, vertelt hij. Zijn kinderen slapen in de nieuwe schuilkamer, zodat ze door kunnen slapen als het alarm ‘s nachts afgaat. “Soms komen de raketten over en dan hoor je harde knallen, dat is wel even spannend.”

De raketten die uit Iran komen zijn ballistische raketten. Die zijn een stuk groter en vaak ook schadelijker dan de raketten die vanuit Gaza en Jemen komen. “We zijn wel raketten gewend, maar niet qua grootte van wat Iran nu stuurt. Dat is heel heftig, de schade is enorm”, vertelt hij. Het zorgt volgens hem voor een bepaalde spanning onder de mensen. Om de onrust en onzekerheid een beetje af te houden volgt hij zelf het nieuws niet meer. “Als ik het nieuws lees, levert dat alleen maar stress en boosheid op.”

Toch houdt Kramer een zekere Nederlandse nuchterheid. “Cru gezegd komt het op kansberekening neer. De kans is wel groter dat deze raketten meer schade aanrichten dan de raketten die uit Gaza komen”, legt hij uit. “We maken ons daar wel zorgen over, maar we gaan ook gewoon door.” 

Ondanks de oplopende spanning ziet Kramer dat mensen luchtig naar de situatie blijven kijken. “Ze proberen er nog humor van te maken. Het verbroedert. Geen twee kampen voor of tegen Netanyahu, maar één tegen Iran.”

“Dit is anders”

Joanne Nihom (67) is schrijver en woont al twintig jaar in het noorden van Israël, op zo’n 10 kilometer afstand van de grens met Libanon. Hoewel ze in deze omgeving al lange tijd te maken hebben met drone- en raketaanvallen vanuit Libanon, ervaart Nihom de oorlog met Iran toch op een andere manier. “In het noorden is het de afgelopen anderhalf jaar heel heftig geweest met dagelijkse raketaanslagen vanuit Hezbollah. We hebben veel in de schuilkelder gezeten. Maar om de een of andere reden voelt het sinds vrijdag anders.” Waarom weet ze niet zo goed. Daar breekt ze zich al een paar dagen het hoofd over. “Misschien komt het omdat het conflict heel veel groter aan het worden is. Het was al een groot conflict, maar nu zien we het echt.”

Nihom is zo moe dat ze soms wat langer na moet denken over haar woorden. De afgelopen nachten heeft ze weinig geslapen door de luchtalarmen die vooral ‘s nachts afgaan. Ze heeft bij haar huis geen eigen schuilkelder en logeert daarom sinds vrijdag bij een vriend. De schade die de raketten uit Iran aanrichten maken ook haar wel een beetje ongerust. “Als ik het dichtbij hoor, zie ik al die beelden van vernietigingen in mijn hoofd. Dat kan ook hier gebeuren, je weet het niet.” 

Daarnaast is het luchtruim gesloten en zijn er geen vluchten van en naar Israël. Nihom vindt het een gek idee dat ze niet weg kan. Ook elders in Israël is het niet veiliger. “Stel dat ik zou bedenken: ik ga naar een veilige plek – dat kan niet meer.” Ze concludeert dat helemaal zonder angst leven ook niet realistisch is. “Misschien heb je wat bangheid nodig om te kunnen overleven.”

Onzekerheid

Itamar Engelsman (72) woont al dertien jaar weer in Israël, na een eerdere periode van twaalf jaar. Hij woont met zijn vrouw in een klein dorpje tussen Tel Aviv en Jeruzalem in. Ook voor hem brengt de huidige situatie onzekerheid met zich mee. Op 29 juni heeft hij een vlucht geboekt naar Nederland om de 75e verjaardag van zijn zus te vieren, die nog in Amsterdam woont. Maar of dat doorgaat is nog de vraag. 

Engelsman is van beroep natuurfotograaf en daarnaast vrijwilliger bij Irgoen Olei Holland, een vereniging voor Nederlandse immigranten in Israël. Zoals vele anderen zit ook hij nu meer thuis. “Je kan minder doen, want je kan niet ver van huis weg. Je weet niet wanneer er raketten komen. Mijn vrouw werkt thuis. We zijn het al wel gewend om thuis te werken uit coronatijd.” 

Voor nu probeert hij het gewone leven door te zetten. “Als ik boodschappen moet doen, stap ik gewoon in de auto. Gisteren moest ik een pakketje ophalen en dan ga ik dat ook gewoon doen”, vertelt Engelsman. Hij staat er nuchter in: “Ik ben geen paniekerig figuur. Met een auto-ongeluk heb je in Israël nog steeds meer kans om om te komen dan met een raketaanval.”

Reden om naar Nederland te gaan is er voor alle drie de Nederlanders niet. Op de vraag of hij ooit weg zou gaan uit Israël antwoordt Engelsman resoluut: “Nee, absoluut niet.” Nihom: “Ik heb in al die tijd geen seconde gedacht om naar Nederland te gaan.” Voor haar is het simpel: “Ik laat me hier niet wegjagen. Als ik weg zou gaan, is dat vanuit een eigen beslissing, niet vanuit oorlog of geweld. Dit is mijn land en ik laat het niet in de steek.”

Geef een reactie