Tussen protest en haat: Israël-kritiek of antisemitisme?

Door: Lucas de Groote

Het aantal antisemitische incidenten in Nederland is de afgelopen twee jaar meer dan verdubbeld, blijkt uit cijfers van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). In columns, debatten en op sociale media is steeds vaker de stelling dat kritiek op Israël vermomd antisemitisme is. Dit gebeurt in een tijd waarin de kritiek op de Israëlische regering juist sterk toeneemt.

Uitgescholden worden voor ‘kankerjood’ en ‘kindermoordenaar’, of de vraag of je ‘voor genocide bent’ vanwege het dragen van een ketting met Davidster om je nek. Het zijn voorbeelden van meldingen die het CIDI sinds de oorlog in Gaza ontvangt van Joodse Nederlanders. ‘’Vanuit de gemeenschap horen we steeds vaker dat mensen er om die reden ook voor kiezen om in het openbaar niet langer joods te zijn’’, zegt CIDI-directeur Naomi Mestrum (44). 

Sinds het uitbreken van de oorlog in Gaza staan de spanningen in Nederland op scherp. Op straat, in het onderwijs en in het publieke debat botsen twee realiteiten: een scherpe toename van antisemitisme en een sterk groeiende protestbeweging tegen het Israëlisch beleid. Dat laatste was recent nog zichtbaar bij de Rode Lijn-mars van 15 juni, waar 150.000 mensen op afkwamen. Dit roept een belangrijke vraag op: Waar ligt de grens tussen legitieme kritiek op Israëlisch beleid en antisemitisme?

Sinds 7 oktober 2023 is het aantal antisemitische incidenten in Nederland explosief gestegen. Van 155 in 2022 naar 412 in 2024, blijkt uit de jaarlijkse monitor van het CIDI. Toch vindt Mestrum dat niet alle Israël-kritiek antisemitisch is: “Kritiek op het beleid van Israël valt niet onder antisemitisme. In Israël zelf wordt er bijvoorbeeld ook gedemonstreerd tegen het beleid van de huidige regering.’’ 

Maar deze nuance ontbreekt volgens Mestrum vaak in het publieke debat, vooral sinds de oorlog.‘’ Je ziet gewoon dat sinds 7 oktober het antisemitisme een enorme piek heeft. En die piek gaat nog steeds door. Daarin zie je toch dat Israël een excuus is geworden om je antisemitisch te uiten.’’

Uit onderzoek van Stichting Joods Maatschappelijk Werk blijkt dat ongeveer twintig procent van de Nederlandse Joden in Israël is geboren, en dat bijna een derde minstens één ouder heeft die daar vandaan komt. Mestrum benadrukt dat Israël niet zomaar een land is voor de joodse gemeenschap. ‘’Nederlandse Joden hebben familie of vrienden in Israël, hebben er gewoond of gestudeerd. Voor hen is Israël niet slechts een land in het Midden-Oosten, maar een plek van herinnering, gedeelde geschiedenis en verbondenheid.’’ 

Volgens Mestrum is er een beweging die niet alleen kritiek uit op het Israëlische beleid, maar actief probeert Israëlische en Joodse evenementen in Nederland te verstoren.‘’Bij bijna ieder evenement dat we doen staan mensen te demonstreren en worden er bedreigingen geuit naar de verhuurder van de locatie.’’ Zo werd afgelopen mei het gebouw beklad waar het CIDI een symposium hield ter ere van haar 50-jarig bestaan, werd het optreden van het Jerusalem Quartet in het Concertgebouw vorig jaar bijna afgeblazen, en schrapte Boom Chicago in Amsterdam de show van de Israëlische comedian Yohay Sponder.

Mestrum stelt dat dit soort incidenten bijdragen aan een angstklimaat. ‘’Zo zie je dat de dreiging die er dan door activisten wordt geuit ook wel op zo’n danige manier loont dat mensen bang worden en dus geen ruimte meer willen bieden aan Joodse en Israëlische initiatieven.’’

Volgens haar ligt er een belangrijke taak bij het onderwijs, de media en de politiek om antisemitisme aan te pakken en tegelijkertijd ruimte te blijven bieden voor legitieme kritiek op Israël.‘’Ik denk dat het essentieel is dat onderwijs, media en politiek gezamenlijk zorgen voor een scherp onderscheid tussen legitieme kritiek op Israël en antisemitisme. Het is van belang dat men overal herkent wat antisemitisme is en dat de media daarin zorgvuldig is in het taalgebruik.’’ 

Binnen de Joods-Israëlische gemeenschap zijn er ook kritische geluiden te horen tegen de huidige regering van Israël. Zoals dat van Gate48, een platform van in Nederland wonende Israëli’s die zich verbonden voelen met Israël, maar zich uitspreken tegen de Israëlische regering. Ze organiseren demonstraties tegen de oorlog in Gaza en benadrukken dat kritiek op Israëlisch beleid niet hetzelfde is als anti-Israëlisme of antisemitisme.

Erella Grassiani (48), mede-oprichter van Gate48, benoemt het belang van het onderscheid tussen kritiek op Israël en antisemitisme. ‘’Als iemand wordt aangevallen vanwege zijn Joodse identiteit, worden ze gediscrimineerd en dan is dat antisemitisme. Maar als de kritiek gericht is op Israël of op steun aan Israël, dan is dat iets heel anders. Voor mij is dat onderscheid vrij duidelijk.”

Volgens Grassiani wordt dat onderscheid in het publieke debat te vaak weggevaagd. “Er zijn organisaties die elke Palestijnse vlag of kritiek op Israël al antisemitisch noemen. En dat wil niet zeggen dat er geen antisemitisme is in Nederland, maar dat onderscheid wordt heel erg snel vertroebeld.’’

Grassiani ziet net als Mestrum een grote verantwoordelijkheid voor het onderwijs, politici en de media. Ze vertelt dat er te veel gebruik zou worden gemaakt van de angst dat mensen worden neergezet als antisemiet. ‘’Discussies lopen hierop al gauw dood. Omdat mensen bang zijn dat als ze kritisch zijn op Israël, dat ze dan meteen worden gezien als antisemieten.’’

Studentenrabbijn Yanki Jacobs (36) vindt dat kritiek op het Israëlische regeringsbeleid legitiem moet zijn, maar waarschuwt voor de momenten dat die kritiek obsessief wordt. ‘’Op het moment dat mensen obsessief bezig zijn met één specifiek issue, dan lijkt het meer met populisme te maken te hebben, dan met het welzijn van Palestijnen.’’

Ook moet er volgens Jacobs goed gekeken worden naar het onderscheid tussen antisemitisme en kritiek op de staat Israël. “Je kunt niet zeggen dat elke vorm van anti-Israëlisme antisemitisme is, dat is onzin. Maar je kan ook niet zeggen dat elke vorm van anti-Israëlisme per definitie nooit antisemitisch kan zijn.’’ 

Hij vindt het belangrijk om kritisch te zijn, zolang het niet leidt tot het aanwijzen van een zondebok. “Als mensen zich inzetten voor Palestijnen of voor onrecht, dan vind je mij als medestander. Maar als het niet gaat om het slachtoffer, maar om het aanwijzen van de zondebok, dan ben je niet bezig met wereldproblemen oplossen, dan ben je bezig met populisme.’’

Jacobs pleit voor een academische cultuur met ruimte voor verschillende perspectieven. ‘’Als ik een kindermoordenaar ben, dan ga ik natuurlijk niet meer het gesprek aan. Dat is niet de manier hoe we als samenleving met problemen om willen gaan. Het academisch denken is dat je ook iets zonder emotie kan beschouwen, en op de inhoud met elkaar het gesprek moet kunnen voeren. Op het moment dat dat niet meer kan, dan hebben we een probleem.’’


Geef een reactie