Door: Anne Geerdes

Iedereen die in de jaren tachtig regelmatig uitging in Groningen, kent ze: Pé Daalemmer & Rooie Rinus. Het muziekduo, bestaande uit Peter de Haan en Frank den Hollander, viert zondag zijn 45-jarig jubileum in Paradiso. Een Groningse mijlpaal in de Randstad, waar streektaal zelden het podium haalt. Den Hollander blikt terug op hun gezamenlijke carrière en de betekenis van het Gronings in hun muziek: “Wij nemen Groningen gewoon mee het Paradiso in!”
Toen de van oorsprong Zeeuwse Den Hollander op zijn achttiende in Groningen ging wonen, kwam hij terecht in een studentenhuis met huisgenoten uit de Kanaalstreek. “Die huisgenoten gingen écht geen Nederlands spreken waar ik bij zat”, zegt Den Hollander, “Daardoor hoorde ik het de hele dag door en ging ik het al snel verstaan.”
Sinds hun eerste optredens in 1980 is het duo Pé Daalemmer & Rooie Rinus uitgegroeid tot een echt icoon van het noorden. De Haan en Den Hollander leerden elkaar eind jaren zeventig kennen bij de studentenvereniging Albertus Magnus. Daar wonnen ze, los van elkaar, het verenigingssongfestival.
Niet veel later besloten ze de krachten te bundelen en samen verder te gaan. In het begin schreef het duo Nederlandse muziek, maar al vrij vlot gingen ze over naar het Groningse dialect. “Peter meende zich beter te kunnen uitdrukken in het Gronings dan in het Nederlands. Dankzij hem en mijn omgeving leerde ik het snel”, zegt Den Hollander.
Naast dat sommige zaken “gewoon leuker” klinken in het Gronings, zorgt het ook makkelijker voor herkenning bij het publiek, zowel lokaal als landelijk: “Als je lokale onderwerpen gebruikt, is het herkenbaarder omdat het over zaken gaat die in het hele land plaats vinden. Denk aan iets simpels als een voetbalelftal in Uithuizen”, legt Den Hollander uit.
Gewapend met accordeon en gitaar trokken ze de straat op om te spelen. Hun herkenbare Groningse humor en liedjes, zoals “Carnaval in T Noorden” en “Hoornse Plas”, sloegen al snel aan. De straat werd verruild voor podia, zalen en theaters. Zo boekten zij hun eerste zalen bij jeugdclubs in de provincie. “Dat kwam met name door het Groningse dialect. Pé & Rinus is toch wel meer platteland dan stad”, meent Den Hollander.
In 1984 namen ze afscheid met hun uitverkochte show in de Stadsschouwburg, maar vier jaar later stonden ze alweer op het podium. Dit keer samen met Alina Kiers, onder de naam “De Bende van Baflo Bill”, later “Voorheen De Bende”. Maar toch bleef ook Pé & Rinus bestaan: het duo keerde regelmatig terug met theatertours en speciale reünieconcerten, maar ook optredens op grote festivals als De Zwarte Cross. “Het Achterhoeks publiek verbindt zich ook sterk met ons, mede dankzij het “platte” dat wij in onze muziek vertolken”, zegt Den Hollander.
Hun 25-jarige jubileum in 2005 vierden ze met een tournee en twee uitverkochte shows in MartiniPlaza. In 2016 werden ze, samen met Kiers, benoemt tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Sinds september van dit jaar trekken Pé Daalemmer & Rooie Rinus weer langs de noordelijke theaters met hun 45-jaar jubileumtour. De tour eindigt in november met een groot feest in de Oosterpoort.
Speciaal voor de fans die het Noorden hebben verlaten voor de Randstad, treden ze op in Paradiso. Het begon als een grap, zegt Den Hollander: “Wij dachten gewoon dat het wel eens leuk zou zijn om daar te spelen, Paradiso is zo’n legendarische naam. Laat het nog gelukt zijn ook!” Maar ook fans uit de rest van het land zijn welkom: “Die mensen vinden het ook leuk om Pé & Rinus een keer in een andere zaal te zien”, meent Den Hollander. Desondanks worden er met name noordelingen in de zaal verwacht: “Wij nemen Groningen gewoon mee het Paradiso in! Het wordt een groot feest!”, aldus Den Hollander.
Of het optreden aan de andere kant van het land invloed heeft op de taal van hun liedjes, durft Hollander niet te zeggen. Volgens hem draait de muziek tegenwoordig sowieso niet meer alleen om het gebruik van dialect: “Je kunt prachtig dialect gebruiken, maar als het onderwerp niet leuk is, dan heb je er niet veel aan”, meent hij. De tijd van lang leven de lol is voor Pé & Rinus wel voorbij: “De liedjes zijn, net zoals wij, volwassener geworden. Daar past Nederlands soms beter bij dan het Gronings”. Dat heeft volgens Den Hollander niks te maken met hun uitstap naar de Randstad, “Wij zien onszelf inmiddels misschien dan wel als oude gepensioneerde knarren met een AOW, maar ook nog altijd als Groningse “poediemagneten””. Daar is ondanks de Randstad-allure, niks aan verandert.
