Door: Herrik Bos

Foto door Luca Bos
Over precies 100 dagen gaat de 25e editie van de Olympische Winterspelen van start. Dit jaar in Italië, in de steden Milaan en Cortina d’Ampezzo. Deze keer is er een nieuwe sport, toerskiën. Ook wel bekend onder de namen Ski-Alpinisme en Ski mountaineering, vaak afgekort tot Skimo.
Bij Skimo is het net zo belangrijk om de berg op te komen, als de berg af te dalen. Hoewel het tegenstrijdig klinkt om met ski’s een berg te beklimmen, is hier goed over nagedacht volgens Jelle Staleman: “De ski’s hebben haren op de vellen die ervoor zorgen dat de toerskiërs grip krijgen op de sneeuw en de berg kunnen bestijgen.” Staleman is de enige ski- en berggids van Nederland die zowel het UIAGM-diploma (de Internationale Federatie van Verenigingen van de Berggidsen) als het diploma van de hoogst haalbare skilerarenopleiding heeft.
Staleman heeft zelf ook op het podium gestaan bij Skimowedstrijden waar hij tweede en derde was geworden. “Het kan zijn dat de beklimming te steil of te ijzig is om op ski’s te kunnen voltooien, door bijvoorbeeld een gletsjer. Dan kan je onder andere een touw gebruiken om te klimmen.” Eenmaal aangekomen op de berg worden de vellen van de ski’s gehaald zodat de sporters kunnen afdalen zoals dat bij elk ander ski-onderdeel gebeurt. “Er zijn parcours die ook in een race meerdere keren kunnen worden afgelegd, maar er zijn ook verticals waar je 4000 meter enkel omhoog gaat.”
Helaas is het dit jaar Nederland niet gelukt om zich te kwalificeren voor het onderdeel Skimo. “Wij behaalden plaats twintig terwijl alleen de top achttien door mocht naar de Spelen”, aldus Jens van Vliet, Nederlands Kampioen Skimo 2025. Van Vliet woont al sinds 2002 in Zuid-Duitsland waar hij volop aan Alpineskiën deed. De nu Nederlands kampioen Skimo begon in de winter van 2021/2022 fanatieker met toerskiën. Hij begon daarmee in april 2020 toen de sporter vanwege de coronapandemie besloot de toerski’s van zijn vader te pakken en de sport uit te proberen.
Ook al is het Nederland dit jaar niet gelukt is zich te kwalificeren, blijft Van Vliet positief: “Het NK Skimo wordt al twaalf jaar door het NKBV georganiseerd, dit jaar in november wordt ook de Sprint als onderdeel toegevoegd, dit is een van de twee disciplines die worden beoefend op de Olympische Winterspelen. Daarom houden we zeker ogen op de Olympische Winterspelen van 2030. Het leuke aan Sprint is ook dat het indoor, en dus ook in Nederland, beoefend kan worden. Zo kun je het dichter bij de mensen brengen.” Het is nog maar de vraag of Van Vliet dit jaar kan meedoen aan het NK. De student moet een week na het volgende NK Sprint de scriptie voor zijn master inleveren.
Toch is er enige spanning volgens Van Vliet: “Om in 2030 mee te kunnen doen, moet Skimo wel een Olympische sport blijven.” De toerskiër verwijst naar Breakdance dat na één jaar weer werd weggehaald uit de Zomerspelen. “Er moet eerst gekeken worden of er wel animo voor de sport is.” Naast de spanning van de wedstrijden is de natuur en vrijheid wat de sport voor Van Vliet zo leuk maakt. “Met de toerski’s aan je voeten kan je overal heen waar de sneeuw ligt.”
