Van duindoorn tot kastanjehummus. Sanne Scheltena en Janet Frieling laten zien: lokaal en duurzaam eten is in trek.

Door: Daan de boer – Houwerzijl, 7 november

Foto: Daan de Boer

Een laaghangende herfstachtige zon en spelende reeën in het weiland, het is muisstil. De idyllische omgeving doet denken aan een schilderij van Jacob van Ruisdael uit de 17de eeuw, een landschap dat je niet snel in een stad zou zien; dit is de omgeving rondom Houwerzijl. In dit Noord-Groningse dorp verzamelen zich negen vrouwelijke deelnemers voor de workshop ‘Zoet & Zuur uit de Natuur’ van Sanne Scheltena en Janet Frieling. Sanne geeft dankzij haar gekneusde hand alleen een high-five en Janet laat twee onbekende groene vruchten zien aan de deelnemers. Vandaag gaan ze ‘down the rabbit hole’.

‘Wie zit er te wachten op onze gekke verzinsels?’ vraagt Sanne grappend. Ze is afgestudeerd als cultureel antropoloog en heeft altijd al interesse gehad in de connectie tussen planten en mensen. Janet heeft op latere leeftijd kruidengeneeskunde (fytotherapie) gestudeerd en heeft vanuit huis uit meegekregen om te koken met wat je hebt. ‘Uit noodzaak eigenlijk’, vertelt ze.  Samen bundelen zij hun krachten om kennis bij te brengen aan iedereen die geïnteresseerd is. Ze willen dat het werk dat zij doen interesse aanwakkert over de natuur, lokaal eten en wildplukken. Het duo wil ook dat mensen denken: ‘Oh, maar dit kan ik ook thuis maken!’

Bea de Vries (67) neemt vaker deel aan de cursussen van Sanne en doet nu ook weer mee. Ze komt uit Groningen en is nu gepensioneerd, maar heeft vroeger als lerares kunst en cultuur in het speciaal onderwijs gewerkt. ‘Het is nuttige kennis’, zegt ze over de geneeskundige krachten van planten.

Lokaal eten in opkomst

De Universiteit Utrecht stelde in 2022 dat lokaal eten steeds meer in opkomst is. Oorlogen en de COVID-pandemie hebben aangetoond dat de import van voedsel zomaar kan stoppen. Een regionaal voedselsysteem zou onder anderen bijdragen aan klimaatbestendigheid en tot het bevorderen van de biodiversiteit. Sanne en Janet merken ook op dat hun beweging eerst weinig mensen aantrok, maar sinds 2021 zien ze ook dat de interesse in wildplukken en het opzetten van voedselbossen toenemen ‘In coronatijd zijn mensen gaan wandelen en daardoor is er iets veranderd over het idee van de natuur om ons heen, en over duurzaamheid’.

De Rijksoverheid besteed al langere tijd aandacht aan tot het aansporen om duurzamer te leven. Op de website staan 4 onderwerpen waarbij men duurzamer zou kunnen leven: spullen, eten, wonen en reizen. ‘Wat er op je bord ligt, heeft invloed op het klimaat’, luidt de website Zetdeknopom.nl. Op de pagina staat weinig vermeld over lokaal eten.

Cracker met vier smaken

In de keuken van Janet schemert het daglicht nog door de raamwanden en dakramen. De tafels zijn rijkelijk gedekt met gerechten gemaakt van lokale vruchten, wortels en planten. In de kamer hangen gedroogde sinaasappels en staan talloze potjes met bessenpoeders, oliën en siropen. Het duo laat zien dat duurzaam koken makkelijk en smaakvol is. ‘Helaas kost het veel tijd, maar er is zoveel te vinden in de natuur’, vertelt Janet aan de deelnemers. Ondertussen smeert Sanne een cracker met duindoornbes, frambozen-kweepeer-cranberryjam, kweepeer membrillo en humus van tamme kastanjes. De lunch is ‘een kakofonie van smaken’.

Een steen in de vijver

Achttien procent van de personen van 18 jaar of ouder denkt dat de eigen invloed op de klimaatverandering zo beperkt is, dat het niet uitmaakt wat zij doen. Daarentegen zegt 5 op de 10 Nederlanders dat het wel uitmaakt wat ze doen, meldt  CBS. Steeds minder mensen weten wat ze zelf kunnen doen om klimaatverandering tegen te gaan.

Sanne vertelt dat je het beste kan beginnen door je te verdiepen in lokale seizoensgebonden producten, ‘Ik zou naar een zelfoogsttuin of naar de markt gaan en kijken wat er nu te koop is’. Vooral dingen proberen en improviseren is het advies, ‘anders vraag je A.I. om er wat leuks van te maken’, grapt Sanne.

Jongeren tussen de 18 en 25 jaar gaven zichzelf een 6,2 als het ging om hoe klimaatbewust zij leven, dat blijkt uit een ander onderzoek van CBS. Uit alle onderzochte leeftijdsgroepen is dat het laagst. De leeftijdsgroep van 65 tot 75 jaar scoorde het hoogst. Janet en Sanne geven de workshops voor iedereen en vergelijken hun werk met het gooien van een steen in een vijver: de plons maakt ringen en die verspreiden zich, net zoals hun kennis van de ene deelnemer overgegeven wordt aan de ander, zo creëren ze een domino-effect. Mensen die minder te besteden hebben zijn ook welkom, ‘Een jongen van achttien nodigen we gewoon uit om lekker mee te doen,’ zegt Sanne, ‘We hoeven er niet rijk mee te worden’.

Geef een reactie