Groninger Max Ploeg staat op Filmfestival Rotterdam met “Pretpark Hennie”: “Het lijkt me geweldig!”

Door: Balder van Uitert

Max Ploeg bij het filmen van Pretpark Hennie. Foto door Karlijn Milder

Hij is druk bezig met de laatste voorbereidingen voor het festival als we hem spreken, maar hij heeft er veel zin in. De Groningse regisseur, editor en cameraman Max Ploeg staat vanaf vrijdag op het Internationaal Filmfestival Rotterdam met zijn documentaire “Pretpark Hennie”. Daar is hij blij mee: “Het is een enorm podium, het lijkt me geweldig!”

Max is geboren en getogen in de Groningse wijk Helpman en het is ook in Groningen dat hij zijn eerste aanrakingen met de wereld van de film had: “Toen ik een jaar of tien was kreeg ik een oude camera van mijn vader, waar ik ook korte filmpjes mee kon maken. Dat vond ik meteen geweldig.” Jack, de vader van Max, herinnert zich dit ook nog goed: “Filmpjes maken was echt zijn ding. Met die eerste camera kon hij alleen korte filmpjes maken. Die monteerde hij dan op de computer. Eentje die ik me nog herinner was ‘de dame in noot’, met een t. Hij kon filmen voor hij kon spellen.”

Ook in de puberteit bleef Max’ passie voor filmen bestaan. Op zijn middelbare school, Zernike College, maakte hij zelfs zijn eerste portret. Dit doet hij tot op de dag van vandaag nog doet: “Toen ik een jaar of vijftien was heb ik de conciërge een dag met een camera gevolgd. Ik filmde dan op hoe hij absenties noteerde, of mensen voor de poorten opwachtt. Daar heb ik een kort filmpje van gemonteerd.” Ook vader Jack kan zich nog enkele projecten uit deze tijd heugen: “Hij maakte toen meer filmpjes op youtube, met allemaal special effects, bijvoorbeeld dat er een UFO door onze straat vloog. Of hij ging naar het oude DUO-gebouw, toen het gesloopt zou worden, en nam op het dak Ninja-filmpjes op. Het is misschien maar goed dat we vooraf niet alles wisten.”

Studietijd

Na zijn middelbareschooltijd vertrok Max naar Utrecht, om de studie Audiovisuele Media aan de Hogeschool van de Kunsten te volgen. Hij had naar eigen zeggen ook best in Groningen willen blijven, maar “Minerva bood vooral opleidingen in fine art en illustratie aan. Ik wilde echt met beeld werken. Sindsdien ben ik een beetje in Utrecht blijven hangen.”

Max maakte tijdens zijn studententijd al enkele documentaires, zoals“De nachtwacht”, “De wachter” en “Zo eerlijk als een hond”. Vooral met zijn afstudeerproject gooide hij hoge ogen. In “Leve de vrouw van de SRV” uit 2019 (ook bekend als “De laatste der mohikanen”) volgde Max de Tilburgse Tonny Steenis, die een rijdende supermakt runde vanuit een SRV-busje. De documentaire werd getoond op het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA), en Max mocht, samen met Tonny, aanschuiven bij Pauw. In de jaren na zijn afstuderen focuste Max zich vooral op montagewerk. Inmiddels heeft hij al een paar nieuwe documentaires gemaakt.

Klik hier voor een interactieve tijdlijn van de nieuwere werken van Max.

Pretpark Hennie

De nieuwste documentaire van Max, “Pretpark Hennie”, gaat komende vrijdag in première op het IFFR. In de film volgt Max excentrieke miljonair Hennie van der Most terwijl hij Attractiepark Rotterdam probeert te bouwen vanuit een voormalig afvalverwerkingsbedrijf aan de Rotterdamse Maashaven. Toen een oud-studiegenoot Max belde over Hennie, deed dit meteen een belletje rinkelen: “Ik kende hem al van Speelstad Oranje, waar ik met mijn oma vanuit Groningen weleens heenging. Hij had daar, in Drenthe, een oude aardappelmeelfabriek omgetoverd tot pretpark.” Ook over het nieuwe project van Hennie was Max snel enthousiast: “Hij wilde nu een letterlijke afvalbelt ombouwen tot iets nieuws, echt geweldig!”

Buitenbeentjes

“Pretpark Hennie” is opnieuw een persoonlijk portret in een documentaire, een stijl die blijkbaar goed past bij de Max. “Ik verdiep me graag in mensen, en vooral mensen met een plan of droom. Dat vind ik leuk om te volgen en om bij te zijn.” Ook merkt hij een andere parallel op tussen de mensen die hij volgt: “Het zijn ook vaak buitenbeentjes. Pablo (van Plastic Dromen, red.) zei dat hij er niet bij hoorde. Ook Tonny viel buiten de boot, en Hennie heeft dat ook over zichzelf gezegd.” Of deze fascinatie vanuit een eigen gevoel van er niet bij horen komt, durft Max niet te zeggen: “Dat weet ik niet. Misschien is het iets menselijks, en heeft iedereen op een bepaald niveau dat gevoel over zichzelf.”

Geef een reactie