Door: Hans Overmaat

Foto: Hans Overmaat
Er dreigt deze zomer een tekort te komen aan drinkwater in Noord-Oost Twente. Dat schrijft waterbedrijf Vitens in een artikel op 18 juni 2026. Al langere tijd kan die regio nog maar net worden voorzien, maar nu is dat niet meer zeker. Ook het RIVM waarschuwde drie jaar geleden al voor een mogelijk landelijk tekort in 2030. Het roept de vraag op: moeten we in de toekomst anders om gaan met ons drinkwater?
In Nederland zien we het als vanzelfsprekend: hoge kwaliteit drinkwater dat voor slechts een paar euro per maand uit de kraan komt, gezond en zuiver. Vewin, de Vereniging voor Waterbedrijven in Nederland, brengt in kaart hoeveel drinkwater er jaarlijks in ons land geproduceerd en gebruikt wordt. De meest recente cijfers zijn van 2024. In dat jaar ging het om 1160 miljoen kubieke meter.
De Nederlander gebruikt gemiddeld zo’n 117 liter drinkwater per dag en niet alleen om het op te drinken. Het grootste deel gebruiken we tijdens het douchen (42,2 liter), het doorspoelen van de wc (27,6 liter) en het wassen van onze kleding (15,4 liter). Om te besparen, lijkt het een logische stap om niet meer alles te doen met dat schone drinkwater. Toch is dat ingewikkelder dan het lijkt, vertelt Koen Zuurbier, strategisch adviseur drinkwater bij drinkwaterbedrijf PWN in Noord-Holland. “Om ook ander water naar een huis te voeren, zijn extra leidingen nodig. Het installeren van een goed werkend leidingsysteem gebeurt niet zomaar, zeker niet bij bestaande huizen”, zegt hij. Daarnaast is het niet zonder gevaar. “Je moet erop letten dat die twee leidingsystemen niet met elkaar in de knoop raken. Je wilt voorkomen dat er per ongeluk regenwater uit de kraan komt.”
Verwend
We worden in Nederland verwend, vindt Ruud Schotting, hoogleraar kwantitatief watermanagement aan de Universiteit Utrecht. “Schoon drinkwater is altijd een zekerheid geweest in Nederland. Je hoeft alleen maar de kraan open te draaien en het komt eruit.” Vergeleken met bijvoorbeeld een koffie op het terras, is ons water ontzettend goedkoop. Volgens Schotting vergeten we daarom de waarde ervan in te zien.
Toch moeten die waarde toch meer gaan koesteren in de komende jaren, want die zekerheid staat onder druk. Zo waarschuwde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hiervoor in een rapport uit 2023. De vraag naar drinkwater groeit onder andere door klimaatverandering en een groeiende bevolking. Het RIVM verwachtte toen al dat er in 2030 honderd miljoen kubieke meter meer drinkwater geproduceerd moet worden dan in 2020. Ter vergelijking: per persoon gebruiken we ongeveer 46 kubieke meter per jaar. Een grote stijging dus, terwijl het aanbod juist daalt.
Vervuiling
In Nederland halen wij ons water voor het grootste deel uit grondwater (zestig procent) en uit oppervlaktewater (34 procent). Volgens woordvoerder van het RIVM Coen Berends ligt de grootste uitdaging bij die tweede bron: “Het grootste probleem ligt bij het oppervlaktewater. Dan heb je het bijvoorbeeld over de Rijn en de Maas, maar ook over andere plekken. Die plekken raken steeds meer vervuild.” Die vervuiling wordt onder andere veroorzaakt door medicijnresten die door de wc worden gespoeld en zo in onze rivieren terechtkomen.
Aanvullend benoemt Berends PFAS ook als risico. PFAS is een verzameling van chemische stoffen die lastig zijn af te breken en op bijna alle plekken in onze natuur zit. Ook in ons water. “Het kost waterbedrijven steeds meer moeite om die vervuilingen er uit te halen. Op dit moment lukt ze dat nog, maar ze moeten er steeds meer moeite voor doen”, zegt Berends.
Schotting wijst op nog een risico voor onze rivieren: klimaatverandering. “Daardoor stijgt onze zeespiegel. Tegelijkertijd zorgt het er ook voor dat de zomers steeds droger worden en dat er minder zoet water vanuit de bergen door de Nederlandse rivieren stroomt.” De combinatie van die factoren maakt dat er zout water vanuit zee de rivieren binnendringt. “Daarmee wordt het rivierwater zouter en dat is moeilijker om te zetten in drinkwater.”
Ook bij grondwater zijn er risico’s. Grondwater is – zoals de naam doet vermoeden – in onze grond opgeslagen. Neerslag zakt door de grond naar beneden en wordt tijdens dat proces op een natuurlijke manier gezuiverd. Daardoor is het gemakkelijk om te gebruiken als drinkwater. Zuurbier vertelt dat zij ook te maken hebben met vervuiling, maar dan bij het grondwater dat zij gebruiken: “Wij zitten in een laag deel van Nederland en daar is veel water. Het is dus niet het geval dat wij te weinig hebben.” Die lage ligging betekent echter wel dat het water al langs veel plekken is gestroomd, voordat het zijn gebied bereikt. En dus veel kans voor schadelijke stoffen om zich te vermengen.
“Wij moeten heviger zuiveren dan in het verleden”, legt Zuurbier uit. “Dat komt omdat er meer stoffen bij zijn gekomen die in het water terecht komen. Dat zijn bijvoorbeeld PFAS en medicijnresten, maar je ziet ook dat bestrijdingsmiddelen uit de landbouw het grondwater bereiken.”
In hogerliggende delen van het land zijn er andere problemen die zich voordoen, volgens hem: “Die plekken zijn gevoeliger voor droogte. Daar is het vooral belangrijk om het water goed vast te houden en niet te snel af te voeren.”
Het is niet zo dat we in de toekomst om zullen komen van de dorst, maar de bodemloze put die wij gewend zijn, bestaat niet meer.
‘Word geen douchebag’
Om ons hoofd in de toekomst boven water te houden, zijn er verschillende opties. De Bouwtafel Waterzuinig Wonen, een initiatief van onder andere provincies, gemeenten en waterschappen, heeft een concrete oplossing: waterzuinige woningen. De belangengroep wil dat de overheid een duidelijke koers kiest waarin waterzuinig bouwen, met waterzuinig sanitair en het hergebruik van regen- en afvalwater de norm wordt. Ook John Grin, hoogleraar overheidsbeleid en bestuur, ziet op dit gebied kansen. “Mensen zouden bijvoorbeeld regenwater kunnen gebruiken voor het besproeien van hun tuin en ook waterzuinige wc’s zijn een optie. De politiek kan hierin het gesprek op gang brengen door middel van bijvoorbeeld burgerberaden. De politiek is terughoudend, want dit onderwerp ligt gevoelig bij mensen.”
Een burgerberaad kan een manier zijn voor mensen om hun eigen ideeën op tafel te leggen. Zo kan men zich realiseren dat maatregelen niet altijd het leven moeilijker maken. Effectiever dan beleid van bovenaf, stelt Grin: “Als de politiek zelf met dat soort maatregelen zou komen, zouden die leiden tot groot protest.”
Ook Zuurbier vindt dat de samenleving anders moet gaan kijken naar drinkwater. “De overheid heeft de campagne gestart Word geen douchebag met het advies aan mensen om korter te douchen. Een derde van ons gebruik komt door douchen, dus dat zal al een groot verschil maken.” Toch moet er meer gebeuren, volgens hem: “Onze bevolking, met name in de Randstad, blijft groeien en daar valt niet tegenop te bezuinigen. Er zal dus ook geïnvesteerd moeten worden in de productie.
Van de politiek verwacht hij daarin daadkracht: “Bestuurders moeten lef tonen om ons in staat te stellen ons werk te doen. We moeten investeren in waterzuinig bouwen, maar ook in de instandhouding van het huidige systeem.”
