Door: Bas Drijfhamer

Foto: Bas Drijfhamer
Het aantal zoetwaterdieren in de Nederlandse natuur is tussen 1990 en 2024 flink toegenomen. Maar, de laatste jaren is deze ontwikkeling grotendeels tot stilstand gekomen, en in sommige gevallen gaan populaties van diersoorten zelfs achteruit. Dat staat in het Living Planet Report Nederland van het Wereld Natuur Fonds dat deze maand uitkwam. Ook in Nationaal Park Drentsche Aa ziet de boswachter de zoetwaternatuur veranderen.
Jolijn Meier stopt abrupt met lopen. Ze kijkt omhoog en staart een tijdje naar de bladeren van een boom. Verscholen tussen het bladerdak steekt er hier en daar een aantal takken uit, die, als je goed kijkt, een ring vormen. “Een ooievaarsnest”, zegt Meier, terwijl ze de eerste daas van zich af slaat.
Als boswachter van Staatsbosbeheer in Nationaal Park Drentsche Aa kent ze dit soort plekjes op haar duim. Het gebied zit er vol mee. Gelegen tussen Groningen en Assen is het natuurgebied een van de bijzonderste van Nederland. “Een van de gaafste van West-Europa zelfs, omdat het nog zo intact is”, vertelt Meier. Het gebied bestaat namelijk niet alleen uit natuur, maar ook uit dorpen en landbouwgrond. Deze historisch goedwerkende samenhang tussen natuur en bewoonde wereld maakt de Drentsche Aa uniek in zijn soort. “Je kan de natuur hier niet los zien van de dorpen, het hoort bij elkaar.”
Meier loopt een eindje het bos in en slaat ineens rechtsaf richting een open plek langs het water, begroeid met oranjegekleurd riet. Ze wijst naar een bruine plas water waarvan het lijkt alsof er een olielaagje op ligt. “Dit is kwel, grondwater dat hier onder hoge druk uit de bodem omhoog komt.” Het bovenste laagje is geen olie, maar ijzerbacteriën die in aanraking zijn gekomen met zuurstof, vertelt Meier. “Heel veel mensen denken dat dit olievervuiling is, maar dit water is juist superschoon. Er groeien unieke planten die alleen op dit water kunnen leven.”
Nederlandse zoetwaternatuur
Uit het recent verschenen Living Planet Report Nederland van het Wereld Natuur Fonds (WNF) blijkt dat de Nederlandse zoetwaternatuur tussen 1990 en 2024 op veel vlakken vooruit is gegaan. Zo zijn de populaties van 176 zoetwaterdieren gemiddeld met zo’n 60 procent toegenomen, voornamelijk in rivieren, beken en moerassen. Dit komt door verschillende maatregelen die zijn genomen om het water schoner te maken en zo de zoetwaterfauna te herstellen.
Ook in Noord-Nederland zijn er de afgelopen jaren pogingen ondernomen om de groei van populaties van zoetwaterdieren te bevorderen. Dat kan op verschillende manieren, vertelt aquatisch ecoloog van waterschap Hunze en Aa’s Peter Paul Schollema. “In beken plaatsen we bijvoorbeeld vistrappen, waardoor vissen makkelijker stroomopwaarts kunnen zwemmen.”
Hermeanderen
De meest effectieve maatregel is het ‘hermeanderen’ van gekanaliseerde stukken beek, vertelt Schollema. Tijdens dit proces worden rechte stukken water veranderd in een kronkelende stroom, waardoor verschillende bodemsoorten kunnen ontstaan en er allerlei beestjes op af komen. “In een kronkelend stuk heb je twee keer zoveel soorten als in een recht stuk, terwijl de waterkwaliteit identiek is”, benadrukt Schollema. “In de Drentsche Aa hebben we gezien dat er heel snel na de herinrichting weer waterdiertjes en vissen naar deze stukken trokken.”
“Kijk, hier heb je de weidebeekjuffer, die blauwe met die donkere vlekken op zijn vleugel”, wijst Meier. Op een rietpluim, zachtjes deinend in de wind, zit inderdaad een felblauw insect dat even een pauze lijkt te houden. “Die dansen hier normaal gesproken druk over het water heen, een beetje territoriumgedrag.”
Enthousiast vertelt Meier over een andere bijzondere waterdiersoort in de Drentsche Aa. “De rivierprik, die komt hier speciaal om te paaien, terwijl hij voor een groot deel op zee leeft. Dat is echt heel bijzonder, want de rivierprik komt überhaupt op heel weinig plekken in Nederland nog voor.”
De weidebeekjuffer en de rivierprik zijn zoetwatersoorten die door het hermeanderen in de Drentsche Aa zijn geholpen. “Als beken gekanaliseerd zijn en niet meer stromen, zijn dat soort soorten gewoon weg”, zegt Schollema. “Nu profiteren ze heel erg van de hardere stroming in de kronkelende beken.”
Potloodpunten
Langs de beboste paden die aan de zijkant van de wateren van de Drentsche Aa lopen, valt iets op. Bomen die nog overeind staan worden afgewisseld met stammen waar bijna niks meer van over is, op een scherpe punt na. Meier wijst naar een omgevallen boom. “Ik weet niet zeker of die is omgevallen door de bever, maar als je alleen al dit stukje bos een keer doorloopt, heb je overal van dit soort potloodpunten.”
Het is het werk van de bever, volgens het Wereld Natuur Fonds één van de sterkst toegenomen soorten in de afgelopen jaren. En dat terwijl de bever eerder helemaal verdwenen was. “In het Drentsche Aa gebied zitten nu al zo’n 160 bevers. Het zit nog niet vol, maar het zijn er al heel veel”, glimlacht Meier.
Stikstof
Niet alle zoetwatersoorten volgden de afgelopen jaren het voorbeeld van de bever. Uit het rapport van het WNF blijkt dat bij veel soorten de stijging gestopt is en bij sommigen zelfs veranderd is in een achteruitgang. Een mogelijke oorzaak van deze terugslag is de verhoogde stikstofuitstoot vanuit de landbouw. Volgens Schollema zorgt af-en-uitspoeling van stikstof in het oppervlaktewater voor snelle groei van waterplanten, waardoor wateren dichtgroeien. “Als je het heel simpel maakt: waar een aardappel goed op groeit, groeit een waterplant ook goed op”, vat hij de situatie samen.
Om de doorstroom weer op gang te krijgen, bijvoorbeeld in de Drentsche Aa, moeten de planten weggemaaid worden. Dit is iets dat Schollema liever vermijdt middenin een natuurgebied. “Alle stoffen die in dit proces afstromen zorgen voor druk op de ecologie en dus voor het afnemen van soorten.”
“Er zijn nog altijd externe factoren waar wij als boswachters geen invloed op uit kunnen oefenen maar die er wel voor zorgen dat bepaalde gebiedjes hier achteruitgaan”, zegt Meier terwijl ze de ene na de andere daas van zich afslaat. “Stikstof is daar één van. Dat daalt neer en daardoor groeit het bos beter en verdrogen vochtige heiden en vennetjes. Eén en één is twee.”
Het bestrijden van dit probleem betekent grotendeels afhankelijkheid van landelijk landbouwbeleid. Toch is er een oplossing die vrij eenvoudig via het waterschap gerealiseerd kan worden, vertelt Schollema. “Je kan bufferzones maken langs akkerland, waar een bloemenmengsel in komt te staan. Dit wordt niet bemest en bespoten, waarmee je voorkomt dat allerlei stoffen vanaf een aardappelveld of bietenveld de sloten instromen.”
Gunstige omstandigheden
Een andere reden voor het remmen van de stijging van het aantal zoetwaterdieren is volgens het WNF de opkomst van exotische soorten als de Amerikaanse rivierkreeft. “Elders vreten die hele sloten leeg, inclusief de waterbeestjes die daar leven”, zegt Schollema. Maar, in het Drentsche Aa-gebied valt de invloed van de rivierkreeft nog mee. “De enige soort die hier zit is de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft, één van de kleinere en minder schadelijke soorten.” Het feit dat de kreeften tegen de stroom in moeten zorgt ervoor dat ze zich minder makkelijk kunnen settelen, aldus Schollema.
De relatief beperkte invloed van de rivierkreeft is een teken dat de Drentsche Aa gunstig in elkaar zit voor een positieve ontwikkeling van de zoetwaternatuur in het gebied. Schollema ziet dit ook. “We beseffen in het noorden niet altijd hoeveel ruimte we hier hebben. Dat is natuurlijk wel één van de krachten.” Hij benadrukt dat er in de noordelijke provincies genoeg plek is om maatregelen te nemen en beekdalen anders in te richten. “In de Randstad is dat veel lastiger, want daar wonen overal mensen. Hier kunnen we met de inrichting vaak nog even een stapje verder gaan.”
Uitkijkend over de heide trekt Meier dezelfde conclusie. “Hier hebben we een vrij groot aaneengesloten systeem dat in de basis goed op orde is. Er zijn brongebieden, en beken kunnen hier meanderen.” Ze slaat nog maar eens daas van haar arm af. “Er is altijd ruimte voor verbetering, maar in grote lijnen gaat het in de Drentsche Aa best wel goed, denk ik.”
