In de gemeenteraad zijn grote zorgen geuit over het begrotingstekort dat in 2026 ontstaat. De gemeente krijgt minder geld vanuit de landelijke overheid. Over twee jaar heeft dit tot gevolg dat er een tekort van 44 miljoen euro is. Dat jaar werd tijdens de vergadering daarom bestempeld als ‘ravijnjaar 2026’.
Auteur: Esther Broenink

In de ontwerpbegroting voor komend jaar wordt aandacht besteed aan de grote tekorten waar de gemeente in 2026 tegenaan loopt. Naast dat de kosten hoger worden door gestegen lonen en prijzen, bezuinigt de overheid op het gemeentefonds. Hierdoor krijgt Groningen 44 miljoen euro minder vanuit het Rijk.
Voor het eerst is er daarom gekozen om het meerjarenbeleid niet-sluitend te maken. Dit ligt in lijn met het advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG). Zij raden de gemeenten aan om een realistisch meerjarenbeleid op te stellen. In lijn daarmee heeft het college van bestuur in het meerjarenbeleid de helft van het tekort, 22 miljoen, opgenomen. Het college hoopt dat de andere 22 miljoen van deze bezuiniging na de verkiezingen wordt teruggedraaid en dus alsnog bij de gemeente terecht komt.
Coalitiepartij GroenLinks is blij met de keuze voor een niet-sluitend meerjarenbeleid. ‘Genoeg is genoeg en wat niet kan, moet je niet doen. Het is niet aan ons om de tekorten van het Rijk op te lossen.’ Ook de rest van de coalitie verwijt het Rijk dat het meerjarenbeleid niet sluitend kan worden gemaakt. De ChristenUnie zegt hierover over ‘onvoldoende middelen te beschikken’.
Waar de coalitie naar Den Haag kijkt voor een oplossing, wil de oppositie dat geplande investeringen niet doorgaan. Naast het meerjarenbeleid is namelijk ook een investeringsagenda gepresenteerd. Hierin staan 28 investeringen die de komende jaren gepland staan. Deze plannen kosten samen 2,5 miljard euro.
Oppositie partijen willen bezuinigen op deze investeringen om het gat in het meerjarenbeleid te dichten. Zo geeft het CDA aan ‘te willen snijden in ambities om meer financiële reserves op te bouwen.’ Ook de VVD wijst naar de ‘torenhoge ambities’ van het college en wil de investeringen ‘temperen’.
De hoop dat de helft van de bezuiniging wordt teruggedraaid na de verkiezingen wordt door de oppositie bestempeld als risicovol. Wethouder Mirjam Wijnja is het daar niet mee eens en zegt: ‘Wij willen niet op voorhand bezuinigen door iets wat niet ons probleem is. We zullen alleen gaan bezuinigen als het Rijk ons daartoe dwingt.’ De nieuwe regering, die na de verkiezingen wordt gevormd, zal bepalen of de bezuinigingen nog worden teruggedraaid. Definitieve besluiten over de grootschalige investeringen maakt de raad tijdens het voorjaarsdebat.
