
Auteur: Jeroen Grooten
Esmé van den Boom heeft als doel om met haar poëzie het leesplezier onder Groningers terug te brengen. De dichter kijkt terug op een turbulente Poëzieweek waarin ze zondagmiddag benoemd werd als de nieuwe Stadsdichter.
Alleen het idee om Groningen te verlaten maakt Esmé van den Boom (30) al misselijk, zegt ze. De kersverse Stadsdichter is naar eigen zeggen verliefd geworden op de positieve “wildgroei” van kleine podia en festivals waar mensen dichten en muziek maken. “Dat is voor mij heel erg het gevoel van Groningen, dat gevoel van: hier moet ik zijn. En dat is nooit weggegaan.”
Van den Boom werkt 2 dagen per week als bibliothecaresse op de derde verdieping van het Forum. Daarvoor was ze tussen 2016 en 2017 een jaar lang huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen en ze nam in 2018 de Hendrik de Vriesstipendium in ontvangst, een aanmoedigingsprijs voor jong kunstenaarstalent. “Dat waren geweldige jaren, en als de stadsdichterstijd net zo verloopt als de huisdichterstijd dan teken ik daar direct voor.”
Over een periode van twee jaar zal Van den Boom als ambassadeur van de stad Groningen ten minste twaalf gedichten schrijven en aanwezig zijn bij grote evenementen en herdenkingen op 4 en 5 mei en Keti Koti. De eerste dagen sinds haar benoeming geven Van den Boom de indruk dat ze de vrijheid heeft om een eigen draai te geven aan het Stadsdichterschap.
“Ik denk dat het ook wel heel passend is bij de dichters die wij in Groningen hebben”, zegt Van den Boom. “Iedereen doet het op zijn eigen manier en dat is juist heel leuk. Zo kan je alle facetten van je stad, maar ook van de poëzie een beetje leren kennen.”
Het doel van Van den Boom haar poëzie is het terugbrengen van leesplezier bij mensen die steeds minder vaak een boek openslaan. “We hebben nu de luxe dat Groningen een poëziestad is met een super rijk netwerk van schrijvers en lezers.” Ze ziet het Stadsdichterschap dan ook als “een hele mooie ingang” om Groningers te spreken en ze de literatuur in te trekken.
Om het Groningse publiek te bereiken organiseert de literaire stichting NOORDWOORD daarom elk jaar tijdens de Poëzieweek een brede mix van poëzievoorstellingen, lezingen, optredens en workshops. In Groningen begon deze traditie in 2000 met het voorlezen van gedichten op de laatste donderdag van januari. Wegens succes veranderde de Collectieve Propagandastichting voor het Nederlandse Boek (CPNB) in 2013 deze Gedichtendag in een Poëzieweek. Dit jaar staat in het teken van ’thuis’; het huis van de poëzie die gebouwd is op herinneringen, geuren en kleuren.
Volgens Van den Boom laat het CPNB de Poëzieweek de afgelopen jaren “keihard” vallen, omdat de stichting vaak alleen een programma presenteert waarvan het verwacht dat het mensen trekt. Hierdoor is er steeds minder aandacht voor minder bekende vormen van poëzie. “Ik ben bang dat de poëzie is gesneuveld bij de CPNB op het offerblok van de populariteit en de marketing.”
De strategie van het CPNB heeft dus het tegenovergestelde effect. “Terwijl ik denk dat je aan iedereen moet laten zien wat er allemaal voor poëzie is. Mensen worden graag verrast met iets moois, maar dat moeten ze dan wel leren kennen.”
Dat poëzie minder leeft, komt ook omdat er volgens Van den Boom een verkeerd beeld ontstaan is. “Ik denk dat veel mensen zich bij een poëzieavond iets stijfs voorstellen waarbij je netjes rechtop op een stoel zit en je bek houdt, maar dat is helemaal niet waar.” Er hangt dan vaak ook een goede sfeer op zo’n avond. “Het kan ook behoorlijk punk, rebels of juist gezellig zijn. Alsof je met je vrienden heel lang in de kroeg zit.”
Ondanks dat het CPNB een commerciële afslag heeft genomen, kijkt Van den Boom tevreden terug op de Poëzieweek. Zo verkocht boekhandel Godert Walter elk uur een dichtbundel aan nieuwe mensen. “Als dichter is het niet realistisch om veel boeken te verkopen, maar het feit dat er heel veel mensen zijn in Groningen die in de Poëzieweek wel een bundel kopen, laat volgens mij al zien dat het leeft in de stad.”
Kleinschalige evenementen zoals de Groninger Poëzieavond in diezelfde boekhandel zijn dan ook druk bezocht. De avonden hebben volgens Van den Boom een meerwaarde, omdat ze het voor een kleine groep mensen makkelijker maken om over poëzie te praten dan in een grote zaal.
Daartegenover staat dat grotere evenementen een programma aanbieden waarin aspecten van poëzie, spoken word en muziek samenkomen. Zo noemt Van den Boom het Poetry Per Tutti dat volle zalen trok in het Forum als een van de hoogtepunten van de Poëzieweek. “Ik denk dat je bij de beste poëzieavonden een beetje ziet wat er allemaal binnen de poëzie in Nederland gebeurt, want dat is heel erg uiteenlopend. Het is eigenlijk gewoon een avond waar je verrast wordt en waar je je over iets kan verwonderen.”
Ook een volle Kleine Zaal in de Oosterpoort, waar Van den Boom benoemd werd als Stadsdichter, en een volle Kroeg van Klaas, waar ze samen met Groningse dichters hun nieuwe dichtbundel ‘Thuisflitsen, stadslichten’ presenteerde, waren twee persoonlijke hoogtepunten.
De Poëzieweek leeft dus in Groningen, maar toch kan er volgens Van den Boom nog veel winst geboekt worden. Een aantal literaire evenementen vinden tegelijkertijd plaats en ze trekken hiermee elkaars publiek. “Ik denk dat we heel veel culturele dingen maken in Groningen, maar dat we soms zoveel maken dat we helemaal vergeten dat anderen ook nog een heleboel doen.”
Van den Boom wil dan ook dat organisaties elkaar wat meer opzoeken en hun programma’s op elkaar afstemmen zodat ze een groter publiek kunnen trekken. Ze ziet daarin een belangrijke rol weggelegd voor haarzelf en haar netwerk. “Ik ben nu misschien even het gezicht van de poëzie in Groningen, maar achter dat gezicht zitten heel veel meer mensen waar ik het samen mee doe.”

