‘Het is best wel eng om op zo’n jonge leeftijd te voelen dat je lichaam stopt.’

Foto: Persoonlijk archief Sarèl De Jong

Steeds meer vrouwelijke sporters scheuren hun kruisband af. Meer aandacht voor begeleiding en betere preventieprogramma’s verkleinen dit risico. ‘Mijn wereld stortte in.’

Auteurs: Keri Bosker & Esther Broenink

In een fractie van een seconde gaat het mis. Haar lichaam draait, haar been blijft staan. Ze hoort een scheurend geluid in haar knie en met helse pijn stort ze op het voetbalveld neer. Ondanks dat haar knie niet volledig geneest staat ze anderhalf jaar later weer voor het eerst op het voetbalveld. Alles lijkt weer als vanouds. Tot het afgelopen zomer weer misging. Fenna Miedema verstapte zich en scheurde haar meniscus. In het ziekenhuis bleek dat ze niet alleen aan haar meniscus geopereerd moest worden, maar dat de kruisband helemaal verdwenen is. Er wachtte Fenna een revalidatietraject van bijna een jaar.

Fenna is niet de enige die met deze blessure te maken heeft. Alleen in het voetbal scheuren per jaar al 4000 sporters hun voorstekruisband. Nadat ook bekende sporters zoals Vivianne Miedema, Beth Mead (GB) en Alexia Putellas (Spanje) lange tijd langs de kant zaten met een gescheurde kruisband, is er meer aandacht gekomen voor deze blessure.

Uit onderzoeken blijkt dat vrouwen een grotere kans hebben op deze blessure. Hoe dit precies komt blijft onderwerp voor onderzoek, maar het verschil in anatomie, hormonale schommelingen en vermoeidheid lijken hier een belangrijke rol in te spelen. Ondanks al deze aandacht voor dit probleem, blijft het aantal spelers dat te maken krijgt met een gescheurde kruisband stijgen. En door de stijgende populariteit van vrouwenvoetbal krijgen steeds jongere meisjes hiermee te maken. Dit roept de vraag op of er wel genoeg gedaan wordt om deze blessure te voorkomen?

Soorten sporten

Niet alleen in het vrouwenvoetbal is het risico op een gescheurde kruisband groot. Ook in sporten als hockey, korfbal, volleybal, boksen en handbal komt het vaak voor. Deze sporten hebben een hoog risico omdat je moet reageren op een bal, je tegenspeler of medespelers. Het lichaam moet snel kunnen versnellen, vertragen en van richting veranderen. Daarnaast worden deze bewegingen vaak bepaald door een actie van een andere speler. Hierdoor is de beweging onverwacht en de kans op blessures dus groter. ‘Het is vaak een soort rotatietrauma, je lichaam draait maar je voet blijft staan.’ legt fysiotherapeute Marle Brenkman uit.

Dat is ook wat er gebeurde bij wereldkampioen kickboksen Sarèl De Jong. Het waren de laatste minuten van de krachttraining. Haar lichaam was verzuurd, maar er was nog maar één oefening te gaan voor die dag. Nog 10 minuten en dan zat de training erop. Ze tilde haar rechterbeen op, draaide in de richting van het kussen om vol uit te halen, maar haar linkerbeen draaide niet mee. Er knapte iets en De Jong viel neer. Een paar dagen later hoort ze na het maken van een MRI-scan dat haar kruisband volledig is afgescheurd: ‘Mijn wereld stortte in. Ik had zoveel wedstrijden en kwalificaties gepland. En dat kon ik inruilen voor een revalidatie traject.’

Vermoeidheid

De Jong is slechts één van de vele voorbeelden bij wie een kruisbandblessure is ontstaan na vermoeidheid of overbelasting. Zo is het aantal wedstrijden in het vrouwenvoetbal is de laatste jaren enorm toegenomen. Hierdoor hebben de speelsters minder rust en wordt de coördinatie van spieren slechter. Dit heeft een hoger risico op kruisbandletsel tot gevolg.

Maar een drukker speelschema is niet de enige oorzaak van oververmoeidheid. Zo geeft volleybalster Kim De Wild aan dat de combinatie van een fulltimebaan en topsport ervoor zorgde dat ze altijd vermoeid was: ‘Kijk, waar het in het volleybal heel erg misgaat, is dat we onder extreme vermoeidheid trainen. Overdag gaat iedereen naar werk of naar school en dan elke avond nog 3 uur trainen. Dat hakt er gewoon enorm in.’

Toen De Wild haar kruisband afscheurde was ze dan ook erg vermoeid. Het was eind december, de laatste wedstrijd van het seizoen. Ze stond dicht bij het net, sprong in de lucht in een poging de bal te slaan. Toen ze op de grond neerkwam, knakte haar knie naar binnen en scheurde ze haar linker kruisband af. Een paar jaar later, opnieuw in december, tegen het einde van het seizoen gaat het opnieuw mis. Dit keer scheurt De Wild haar rechterkruisband af. Of dit voorkomen had kunnen worden, weet De Wild niet. Wel geeft ze aan dat er binnen de club weinig aandacht was voor genoeg rust momenten. De speelsters vulden elke dag wel een app in met informatie over hoe ze zich voelden en hoe ze geslapen hadden, maar daar werd verder niet naar gekeken. ‘Want ik had natuurlijk kunnen zeggen: ‘Ik ben moe. Maar ja, je bent elke dag moe. Dus dat is ook eigenlijk geen argument.’

Binnen het handbal is er de afgelopen jaren juist meer aandacht gekomen voor de belastbaarheid van spelers. Ook binnen deze sport komen veel kruisbandblessures voor. Het plannen van belastbaarheid is het belangrijkste speerpunt om deze blessures tegen te gaan zegt Eddy Idrizovic, head of performance van het nationale team. ‘We kijken hoe een jaar, maand of week is ingedeeld. Wanneer doen we wat, hoe wordt herstel gepland en wanneer zijn de reisdagen.’ Waar een aantal jaar geleden deze uitgebreide begeleiding er voornamelijk voor de mannenteams waren, wordt nu aan vrouwen dezelfde begeleiding en faciliteiten geboden.

Opbouwen belasting

Naast het voorkomen van overbelasting is het ook van belang op trainingsschema’s rustig op te bouwen, zodat een lichaam kan wennen aan de belasting. Bewegingswetenschapper en fysiotherapeut Michael De Levie ziet na periodes van rust zoals een zomerstop of winterstop weer meer mensen met een kruisbandblessure in zijn praktijk. ‘Je traint en ontwikkelt de benodigde spieren, doe je dat niet, verlies je het, heel simpel.’ Zo is er na de coronaperiode ook een stijging te zien in het aantal blessures. ‘Corona heeft ervoor gezorgd dat veel mensen continu niet mochten trainen en dan weer wel, en dan weer niet. Het coördinatievermogen van die mensen neemt af, en daarmee neemt het risico op letsel toe,’ aldus De Levie.

Hij benadrukt daarom het belang van preventieoefeningen tijdens vakanties. Spelers zouden een trainingsschema moeten meekrijgen om zo zichzelf fit te houden. Daarnaast zouden wedstrijdprogramma’s aangepast moeten worden. Op dit moment pushen coaches hun pupillen om vanaf de eerste wedstrijd meteen fit te zijn. Hun lichaam is op dat moment nog niet gewend aan de zware inspanning, waardoor het risico op blessures toeneemt. Spelers zouden dus langzamer moeten opbouwen naar een zwaardere belasting.

Foto: Sarèl De Jong

Krachttraining

Uit onderzoek blijkt dat ook krachttraining kan bijdragen aan het voorkomen van kruisbandblessures. Bij het Nederlands basketbalteam is dit daarom een standaard onderdeel van de training, volgens Idrizovic. De speelsters hebben gemiddeld vijf tot zes uur krachttraining in de week. Ook dit is gelijkgetrokken met de mannelijke spelers. ‘Er heerst het idee dat je bij dames krachttraining niet te zwaar moet doen. Terwijl dit het belangrijkste is voor belastbaarheid op de lange termijn. Je moet het niet heel anders doen, maar proberen dezelfde faciliteiten te bieden als dat de mannen krijgen.’

Wetenschappelijk onderzoek

Ook in het voetbal is er steeds meer aandacht voor preventie van kruisbandblessures. Zo doet sportwetenschapper Anne Benjaminse verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, op dit moment onderzoek naar de bewegingspatronen van voetbalsters bij FC Groningen. Tijdens de training dragen zij hesjes met bewegingssensoren om zo inzicht te krijgen in hun bewegingspatronen: ‘Wij kunnen meten hoe de meiden bewegen. Het buigen, het strekken, een draaibeweging en de hoeken die zij met hun knieën maken. Dan kun je een idee krijgen of ze goed of slecht bewegen. Daarmee kunnen wij zien: wat kan het risico zijn op kruisbandletsel?’ Met deze kennis kunnen de speelsters trainen hoe ze moeten bewegen om kruisbandletsel te voorkomen.

Preventieprogramma’s

Uit Italiaans onderzoek is gebleken dat preventieoefeningen het aantal kruisbandblessures met 80% kan verminderen. Vanuit de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) worden er nu preventieprogramma’s aan voetbalclubs aangeboden. Fifa11+ is bijvoorbeeld een standaard warming-up van 30 minuten die de kans op blessures naar beneden brengt. Daarnaast biedt de RINUS-app, coaches en trainers een platform waarop trainingsprogramma’s te vinden zijn.

In de praktijk blijkt er echter te weinig tijd te zijn voor een warming-up van 30 minuten. Dit zou namelijk de halve training in beslag nemen. Daarom is er vanuit de KNVB ook het programma VoetbalFit ontwikkeld. Dit is voor trainers die geen opleiding hebben gedaan. Zij kunnen hier suggesties vinden voor spelvormen die de motorische vaardigheden van spelers verbeteren. Hierdoor neemt de kans op blessures af, aldus de KNVB. VoetbalFit wordt op dit moment door 20000-25000 trainers structureel gebruikt, dit is ongeveer een kwart van de totale doelgroep.

Specifieke programma’s tegen kruisbandletsel heeft de KNVB nog niet. Ook zijn er geen specifieke oefeningen voor vrouwen. Wel zegt KNVB volgend jaar een onderzoek start naar kruisbandblessures binnen het vrouwenvoetbal. Naar aanleiding van dit onderzoek worden er mogelijk specifieke oefeningen voor vrouwen in het programma toegevoegd.

Amateursporters

Waar bij topsporters, zoals het Nederlands basketbalteam er voldoende kennis is over het belang van krachttraining, is dit vaak wat er ontbreekt bij amateursporters. Kruisbandblessures komen namelijk niet alleen voor bij topsporters. Fysiotherapeuten zien juist steeds meer (jonge) amateursporters in hun praktijk. Zo heeft bewegingswetenschapper Wouter Welling voetbalsters van nog maar 13 jaar oud onder behandeling. Volgens hem kan het risico op kruisbandblessures verkleind kunnen worden door trainers beter te informeren over dit onderwerp. ‘Veel trainers hebben niet de kennis op het gebied van preventie, daar is echt winst te behalen.’ De laatste jaren zijn er al veel effectieve preventieprogramma’s ontwikkeld, maar het blijkt een uitdaging om deze ook in de praktijk toe te passen: ‘Oefeningen worden vaak niet uitgevoerd, omdat ze saai zijn, te lang duren en het niks met sport te maken heeft.’ aldus Welling.

Zo werden er in het team van de 17-jarige hockeyster Josette Schouten ook geen conditie oefeningen gedaan. Ze hockeyde in de tweede klasse bij de plaatselijke hockeyvereniging. Nu staat ze al een twee jaar aan de kant door een gescheurde kruisband: ‘Het is best wel eng om op zo’n jonge leeftijd, te voelen dat je lichaam stopt.’ In de trainingen deden ze altijd wel wat conditietraining, maar een krachttraining, dat hadden ze nog nooit gedaan. Hun coach had ook niet echt verstand van trainingsvormen of preventieoefeningen. ‘Hij was gewoon een vader van een meisje uit het team, die vroeger zelf had gevoetbald. Hij dacht vast: dan kan ik dit ook wel.’ En zo gaat het er in de meeste amateurteams aan toe. Een gekwalificeerde trainer of coach vinden is onmogelijk en dus zijn veel clubs zijn al lang blij dat ze een ouder bereid hebben gevonden om de pupillen te begeleiden.

Bij veel studentensportverenigingen is dit niet anders. Zo verschilt ook bij studentenvoetbalvereniging de Knickerbockers  de begeleiding per niveau. Het eerste elftal heeft een vaste trainer en coach, maar lagere teams zijn tijdens de wedstrijden op zichzelf aangewezen. ‘Hoog spelende teams doen wel een warming-up, maar laag spelende teams lopen 10 minuten van tevoren het veld op en doen dus niet een hele goede warming-up.’ De ziekenboeg zit dan ook behoorlijk vol. Bij het bestuur zijn al 11 sporters bekend die op dit moment hun kruisband gescheurd hebben, 8 hiervan zijn vrouwen.

Trainen van de trainer

Bij studentenvolleybalvereniging Veracles in Groningen proberen ze blessures te voorkomen door een aantal keer per jaar blessurepreventietrainingen te geven aan coaches en trainers. In die training worden er kracht- en balansoefeningen aangeleerd die de trainers vervolgens kunnen gebruiken in hun trainingen. In hoeverre dit daadwerkelijk gebeurd is afhankelijk van het niveau van het team volgens commissaris Mila Mellema. De hoog spelende teams hebben een trainer die hier kennis over heeft. Lager spelende teams moeten dit meer op eigen initiatief doen: ‘Het is aan de teams zelf, maar de meeste teams doen krachtoefeningen aan het begin van elke training’

Ondanks dat er steeds meer wordt gedaan op het gebied van begeleiding en preventie blijft de kans op kruisbandletsel groot. Een waterdichte oplossing voor dit probleem is dan ook onmogelijk. Volleybalster Noa De Vos deed veel krachttraining, was niet vermoeid en werd intensief begeleid door sportartsen en fysio’s. Ondanks dat kreeg ze drie keer te maken met een knieblessure. ‘Je vraagt je dan af waarom gebeurt dit, ik doe alle oefeningen, alle trainingen, ik voel me sterk en goed, maar niemand kon er een antwoord op geven. Waarschijnlijk is het gewoon pech.’

Ondanks al die blessures speelt de Vos weer op topniveau volleybal. Dit geldt niet voor iedereen. Veel spelers keren niet meer terug op hun oude niveau, of stoppen helemaal met sport. Dit kan komen doordat hun blessure niet volledig geneest, het revalidatietraject te zwaar is of uit angst ze opnieuw geblesseerd raken. Fenna en Josette zitten op dit moment allebei nog midden in hun revalidatietraject. Fenna wil wel weer gaan voetballen, maar wel een niveau lager. Daar is het spel iets rustiger. Josette weet het nog niet: ‘Ik hoop het wel, maar ik vind het wel spannend om weer te gaan.’

Geef een reactie