Door Tiemen Bosma
Beijum is deze week opgeschrikt door twee schietincidenten. Door een lage score in de Leefbaarometer en relatief veel armoede kampt Beijum al langer met een slecht en onveilig imago. Is dit wel terecht? “Ik woon hier al 24 jaar met heel veel plezier.”
Moe van een lange reis ligt hij nog te slapen. Awad (die niet met achternaam genoemd wil worden) wordt op dinsdagochtend 28 januari wakker gebeld door zijn zoon, die hem vertelt dat er ’s nachts schoten waren gehoord op de kruising van de Emingaheerd en de Beijumerweg. Zijn fietsenwinkel AK fietsen staat naast deze kruising. “Dat dit hier zo dichtbij was, daar schrok ik me rot van.”
Deze schietpartij is de tweede die in de stadswijk Beijum plaatsvindt in een week tijd. In de nacht van 24 op 25 januari is volgens de politie een man in zijn auto beschoten aan de Ypemaheerd. Sinds 2011 zijn er in Beijum acht schietincidenten voorgekomen.
Ook qua leefbaarheid komt Beijum lang niet altijd goed uit de verf. Volgens de Leefbaarometer, die tweejaarlijks in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken de leefbaarheid van elke buurt in het land monitort, is de leefbaarheid in Beijum-Oost al sinds 2012 “zwak”. Deze leefbaarheid wordt gevormd uit een combinatie van vijf ‘dimensies’: woningvoorraad, fysieke omgeving, voorzieningen, sociale samenhang en overlast en onveiligheid. Staat het er in Beijum echt zo slecht voor?
“Het is jammer dat Beijum zo vaak in een negatief daglicht komt te staan,” zegt Jonathan Pit van WIJ Beijum. Hij werkt daar als opbouwwerker, wat inhoudt dat hij bewoners steunt met bewonersinitiatieven en helpt met het opbouwen van het gemeenschapsgevoel. En met dat gemeenschapsgevoel gaat het juist erg goed in de wijk, vindt Pit. “Het is een wijk waarin mensen elkaar bijzonder goed kunnen vinden. Eigenlijk is het een klein dorp in een stad.”
Er worden veel initiatieven in de wijk georganiseerd. Een daarvan is Beijum Kookt, georganiseerd door wijkcentrum het Trefpunt. Sanjay Badal, werkzaam bij het Trefpunt: “Dit is een wekelijks evenement waarbij mensen kunnen komen om een maaltijd te eten. Je merkt dan gewoon dat mensen elkaar beter leren kennen, en dat er een clubje komt die samen dingen daarbuiten gaan doen.”
Badal woont zelf ook in Beijum en vindt het een fijne wijk om in te wonen. “Ik hoor ook van veel mensen dat zij blij zijn om hier te wonen, en dat het een mooie en groene wijk is.” Awad is het met hem eens: “Ik woon hier al 24 jaar met heel veel plezier. In het gedeelte waar ik woon heb ik nooit iets meegemaakt.”
Feit blijft dat voornamelijk het oostelijke gedeelte van Beijum relatief arm is. Volgens cijfers van het CBS heeft 18% van de huishoudens in de buurt Beijum-Oost een inkomen op of rond het sociaal minimum, vergeleken met 10% in de stad Groningen. Daarnaast heeft 9% van de inwoners een bijstandsuitkering, vergeleken met 4% in de stad.
Pit merkt dit ook bij de bewoners die hij spreekt. “Er zijn behoorlijk wat mensen die moeite hebben om rond te komen. Op papier voert Beijum de lijstjes inderdaad aan.” Het is wel belangrijk om hier een nuance aan toe te voegen. Pit legt uit: “Op papier is er wel armoede, maar er zit een verschil tussen arm zijn en je arm voelen.” Omdat bewoners elkaar veel helpen, voelt lang niet iedereen die arm is zich ook arm.
Een voorbeeld hiervan is het initiatief Warme Jassendag, dat door bewoners is georganiseerd. Er werden in november jassen ingezameld die aan bewoners werden uitgedeeld die het zelf niet konden veroorloven winterjassen te kopen. Pit is zeker: “Dit soort initiatieven maken de buurt een veerkrachtige buurt.”
Hoewel schietpartijen wel vaker zijn voorgekomen, zijn ze in Beijum nog steeds het gesprek van de dag. Pit erkent: “Ik hoor het in de supermarkt, bij de koffie. Het laat mensen niet koud.” Ook Badal is er mee bezig. “Ik heb persoonlijk wel echt iets van; dit kan echt niet. Vooral omdat het echt midden in een woonwijk was.” Even is hij stil. Daarna: “Ik durf ’s avonds eigenlijk niet echt meer een wandeling te maken.”

LEUK!!