Blijven de historische Groningse molens nog wel draaien?

Door: Luca Bos

Foto: Luca Bos — Johan van Dijk (38) bij Molen ‘De Ster’ in Winsum

In de provincie Groningen staan nog negentig historische windmolens. Dit erfgoed is diep verbonden met de Nederlandse geschiedenis en een bekend symbool voor ons land. Maar de Groningse molens kampen met problemen: een tekort aan molenaars, niet genoeg geld voor onderhoud en verdwijnende kennis over reparaties. Kan dit tij nog gekeerd worden of stoppen de Groningse molens voorgoed met draaien?

Als je vanaf het station van Winsum richting het centrum loopt, valt je blik meteen op de twee historische molens die boven het dorp uitsteken. Winsum werd in 2020 door de ANWB uitgeroepen tot het ‘allermooiste dorp van Nederland’ en heeft een typisch oud-Hollandse sfeer, mede dankzij de twee molens. De kleinste molen, Molen ‘De Ster’, is vandaag aan het draaien, want molenaar Johan van Dijk (38) geeft hier elke dinsdag les aan een kleine groep molenaarsleerlingen. 

Samen met verschillende moleneigenaren heeft Van Dijk een plan opgesteld om de Groningse molens toekomstbestendig te maken, de zogeheten ‘Molenvisie’. Dat is nodig omdat er problemen zijn die de toekomst van de Groningse molens in onzekerheid brengen.

Waar zijn alle molenaars?

Allereerst kampt de sector met een tekort aan molenaars die de molens in beweging houden. Molens blijven namelijk veel langer goed als ze kunnen draaien. Zo niet, blijft er al snel water in de molen staan en ontstaat er houtrot. Daardoor moet het monument sneller worden gerestaureerd, en dat kost geld. Ook merkt een molenaar snel gebreken op. Het probleem is dat de molensector flink vergrijst.

Wie molenaar wil worden, moet zich eerst aansluiten bij het Gilde van Molenaars (GVM). Toen het GVM in 1972 begon, waren er vooral jonge molenaars, maar inmiddels zijn het vooral pensionarissen. “In Groningen werken nu nog 150 vrijwillige molenaars, maar binnen tien jaar kan een derde van hen door ouderdom of overlijden het werk niet meer uitvoeren”, vertelt Van Dijk. 

De opleiding tot molenaar duurt ongeveer twee jaar en het beroep is vrijwilligerswerk. Hoewel er nog altijd jonge molenaars bij komen, zijn het vooral pensionarissen die daar tijd voor hebben. “Met een beetje geluk kunnen die het dan tien tot vijftien jaar doen, maar daarna wordt het werk fysiek te zwaar,” vertelt Van Dijk. Het is daarom volgens Van Dijk hard nodig dat er meer jonge molenaars bij komen.

Foto: Luca Bos — Uitzicht vanaf Jeneverbrug in Winsum. Rechts Molen ‘De Ster’

Onderhoud en bescherming

In de sector is niet alleen een tekort aan molenaars, maar ook aan molenmakers. “Om de complexe binnenkant van een molen te repareren is expertise en kennis over specifieke houtsoorten nodig”, vertelt Matthijs Ero, molenexpert bij Vereniging De Hollandsche Molen. In de provincie Groningen zijn nog maar vier molenmakers actief. Dat is weinig, waardoor molens vaak te lang stilstaan. 

Het beroep molenmaker is daarnaast relatief onbekend en kost tijd om goed te leren. “Het is een ervaringsberoep: door het veel te doen krijg je de vaardigheden pas goed onder de knie”, legt Ero uit. Bovendien houden gemeenten niet altijd rekening met de omgeving van een molen. Hoge gebouwen of bomen kunnen de wind blokkeren, waardoor een molen niet meer kan draaien. Zonder molenmakers of bescherming van de gemeente raken molens in verval.

Subsidie niet altijd beschikbaar

Aan het onderhouden van een molen zitten jaarlijks kosten verbonden. Molenaar Van Dijk legt uit dat het jaarlijkse onderhoud ongeveer 10.000 euro kost. Bovendien moet een molen elke twintig à dertig jaar worden gerestaureerd, en dat kan al snel één tot twee ton kosten. De meeste molens in Groningen zijn onderdeel van een molenstichting of privé-eigendom. Zij moeten de kosten voor onderhoud rond krijgen met subsidies en fondsen. Ook zijn ze soms afhankelijk van sponsoring van bedrijven en donaties.

Echter zijn meer dan een kwart van de Groningse molens eigendom van een gemeente of waterschap. Zij kunnen geen aanspraak maken op een zogeheten restauratiesubsidie van de provincie Groningen. “We hebben die subsidies speciaal voor particulieren en stichtingen, omdat het juist voor hen lastig is om aan geld te komen. Gemeenten hebben vaak hun eigen wegen”, vertelt Joost Vrieler, beleidsadviseur cultuur bij de provincie Groningen.

Maar volgens molenexpert Ero is het lot van die molens daardoor onzeker. “De ene gemeente is apetrots op hun molen, maar de andere gemeente denkt: ‘Tja, dat is één stuk vastgoed van velen, en we kijken wel wanneer hij weer onderhouden wordt.’” Hoewel de Molenvisie specifiek gericht is op de provincie Groningen, zegt Ero dat de meeste problemen in heel Nederland spelen.

Geen molens, geen Nederland

Al sinds de 13e eeuw staan er molens in Nederland. Met deze molens konden niet alleen koren gemalen worden, maar bijvoorbeeld ook polders worden drooggelegd. Op het hoogtepunt, aan het eind van de 19e eeuw, waren er in de provincie Groningen bijna duizend molens in gebruik. Inmiddels zijn dat er dus nog maar negentig.

Door de komst van de stoommachine en verbrandingsmotor werden molens al snel overbodig. Inmiddels zijn het allemaal rijksmonumenten. In Groningen is sinds de jaren zeventig geen molen meer gesloopt. Ero vertelt waarom het zo belangrijk is dat we dit erfgoed beschermen: “Het is zo bepalend geweest bij het vormen van het Nederland zoals het er nu uitziet: grote stukken land waren nooit drooggelegd zonder de molens.”

Zijn collega Ed van Gerven vult aan: “Molens zijn een icoon voor ons land. Bovendien kunnen ze nog steeds gebruikt worden om meel te malen en kunnen ze water wegpompen uit ondergelopen gebieden. Ze hebben dus nog altijd nut als werktuig.”

Foto: Luca Bos

Hoe nu verder?

In de Molenvisie worden verschillende oplossingen voor de Groningse problematiek genoemd. Zo hopen de opstellers van de Molenvisie onder andere dat er meer aandacht komt voor het ambacht, bijvoorbeeld op MBO-scholen. Op die manier kunnen jonge mensen enthousiast gemaakt worden voor het beroep. Ook hopen ze dat de subsidieregels voor gemeenten aangepast worden en dat er bij nieuwe omgevingsplannen rekening mee gehouden wordt dat de molens wind blijven vangen.

Molenaar Van Dijk hoopt dat de provincie en gemeenten mee willen helpen om de molens beter te beschermen. “Het is zo mooi om zo’n stuk erfgoed in stand te kunnen houden en anderen enthousiast te maken om het te blijven bewaren.”

Op vrijdag 12 juni heeft beleidsadviseur Vrieler namens de provincie Groningen de Molenvisie in ontvangst genomen. Hij reageert telefonisch op het plan: “Het is fijn dat er nu één visie is waaraan de hele molensector heeft meegewerkt, waardoor we weten dat iedereen hetzelfde denkt.” De provincie gaat het plan eerst analyseren en daarna in gesprek met de molensector. “Dan gaan we zien of de belangen gelijk oplopen en kunnen we praten over welk beleid we kunnen invoeren.” legt Vrieler uit.

Volgens Vrieler staat de provincie ervoor open om na te denken over de verruiming van subsidieregels of om de omgeving van molens wettelijk gezien beter te beschermen. Toch wil hij niet te vroeg juichen: “Er moest eerst goed onderzocht worden hoe groot de problemen zijn en wat de provincie kan doen. Pas daarna kan het college een afweging maken.”

Geef een reactie